1 april 2021

Leon en Robin Eerenstein – Nieuwleusen / Een herstart maken.8

De vorige column over herstarters was niet al te positief. De hoofdpersonen uit die column hadden tot nog toe nauwelijks succes, maar al wel heel veel tegenslag ervaren. Ik kreeg er dan ook diverse reacties op. Zo gaf Gerard Dekker aan dat het verwachtingspatroon waarmee duivenliefhebbers starten nogal veranderd is. Vroeger was een duif terugkrijgen van Barcelona, ook al was dat 14 dagen later, reden genoeg om die duif de Barcelona te noemen en trots op de duif te zijn. Ook al had die dus niets meer gepresteerd dan alleen maar thuis te komen. Dat is tegenwoordig voor het overgrote deel van de liefhebbers beslist niet meer voldoende. Vrijwel iedereen die nu met duiven speelt wil tenminste op de uitslag staan.

Dat laatste geldt ook voor de 45 jarige Leon Eerenstein uit Nieuwleusen die recent weer met postduiven is gestart. Hij heeft vanaf zijn kinderjaren met enkele korte onderbrekingen i.v.m. studie altijd duiven gehad. Maar de grootste periode waren dit vooral sierduiven. Alleen tussen 1996 en 2001 is hij samen met zijn broer Daniël actief geweest in de postduivensport. Recent heeft hij pas weer de eerste stappen in de postduivenwereld gezet. Leon; “Toen ik ging studeren in Enschede ben ik daar ook gaan wonen. Na mijn studie en weer terug in Zwolle ging ik werken bij Dunnink. Rein Dunnink, één van de eigenaren van het bedrijf hield postduiven achter de zaak. Omdat mijn ouderlijk huis bijna recht tegenover het bedrijf en de hokken stond, was ik er dus regelmatig op zaterdag te vinden om te kijken naar het thuiskomen van de duiven. Eigenlijk is mijn interesse voor postduiven hier ontstaan. Het eerste hok was een omgebouwde volière. We werden lid van PV de Duif en kregen van alle kanten hulp en duiven aangeboden. Na een moeizame start werd op advies van clubleden het hok afgebroken en elders een bestaand hok opgehaald. Met dat hok en duiven van Rein Dunnink en Jan Jans werden met de jonge duiven een paar leuke succesjes behaald. Het was echter van korte duur want ik ging in het familiebedrijf werken en toen was er geen tijd voor postduiven meer.

Leon is dus lange tijd zonder postduiven geweest. Maar niet geheel zonder duiven, al waren het geen postduiven. Leon; “Toen ik mijn vrouw leerde kennen en samen ging wonen, heb ik me een tijdje bezig gehouden met hondensport (IPO) en dus geen duiven gehouden. Totdat we een woonboerderij kochten in Nieuwleusen en meer ruimte kregen voor duiven. Via internet kwam ik in aanraking met de Horseman Kropper en later kwamen daar diverse Spaanse rassen bij via Patrick Jannink. Ik vind het schitterend om deze duiven te zien vliegen! Op een gegeven moment moest ik keuzes maken. Er waren schapen, paarden, honden en duiven. Dus moesten de duiven weg, want daar had mijn vrouw niks mee en ook mijn zwager niet die naast mij woonde met mijn zus. Na een paar jaar vertrok mijn zwager. Vanwege pech en een stevige knieblessure moest er gestopt worden met de paarden. Dus ging ik alleen met de schapen verder. Na in februari 2020 samen met mijn vrouw een stevige corona besmetting te hebben doorgemaakt, werd uiteindelijk besloten om de 65 schapen te verkopen. En toen was er ineens niets meer. Gelukkig heb ik altijd tegen mijn vrouw gezegd dat als de schapen weg gingen, er weer postduiven zouden komen en zo ben ik weer postduivenliefhebber geworden. Op dit moment heb ik nog geen postduiven, maar een hok is in aanbouw en de eerste duiven zijn onderweg.”

Anders dan de vorige herstarters die in deze reeks columns voorbij kwamen, is Leon dus al op mijn pad gekomen voordat hij zijn rentree maakte in de duivensport. Dit geeft al aan hoe weloverwogen hij te werk gaat. Dat zie ik niet vaak bij de gemiddelde beginner of herstarter. Leon; Ik ben me eerst eens gaan verdiepen in hoe de duivensport er nu voor staat in vergelijking tot 20 jaar geleden. Vooral de professionalisering viel me op. Als ik naar de hokpresentaties kijk van een aantal van de grote liefhebbers, heb ik daar (als ondernemer) respect voor. Het inspireert mij wanneer ik zie dat iemand zijn of haar droom laat uitkomen en van een hobby zijn beroep kan maken. Ik kom uit een ondernemersgezin en heb dus de neiging is om te zeggen dat de professionalisering van een kleine groep commerciële duivenliefhebbers geen probleem is. Maar ik begrijp ook dat de "kleine liefhebber" hier meer moeite mee heeft. De grote professionals zetten ons land qua duivensport internationaal op de kaart. Maar zij hebben ook de kleine liefhebbers nodig om beter te zijn. Wel kunnen de professionals misschien heel goed fungeren als magneet voor beginnende liefhebbers, zoals ik. Dan bedoel ik niet qua omvang en doel maar wel qua organisatie en planning. Het is wat dat betreft net als paardensport. Hoeveel jonge meiden werden niet geïnspireerd door Edward Gal met Totilas en Anky van Grunsven met Bonfire? Nooit te evenaren, maar aansprekend en motiverend om het beter te doen en harder te werken. Zij hebben de totale paardensport op de kaart gezet en zorgden er mede voor dat de Nederlandse paardensport nog steeds van Wereldklasse is. Is hier dan tegen op te boksen? Ik denk dat als je kritisch kijkt het wel degelijk mogelijk is, maar misschien zijn de overwinningen minder talrijk. Maar is dat belangrijk? Het gaat immers ook en vooral om het plezier dat je er aan beleeft!”

Uit het bovenstaande blijkt wel dat Leon er goed over nagedacht heeft of en op welke manier hij de duivensport weer op zou pakken. Ik vroeg Leon wat zijn doel is en hoe hij te werk is gegaan tot nu toe. Leon; “Ik heb besloten dat mijn doel als starter eerst en vooral is te zorgen dat er duiven op het hok vliegen die er graag naar terug komen. En vervolgens of het me gaat lukken om de noodzakelijke vorm op het hok te verkrijgen. Ik denk dat dit voor nu al een uitdaging op zich is. Nu ik een nieuw hok aan het bouwen ben, realiseer ik me hoe ingewikkeld het is om van het begin af te starten. Alleen al ten aanzien van het hok. Hoe ligt het? Waar komt het licht vandaan? Is het droog? Tocht het niet? Hoe is de verluchting? Hoe deel ik de hokken in? Hoeveel afdelingen? Al met al maakt mij dit als herstarter al erg onzeker. Gelukkig heb ik inmiddels van een aantal duivenliefhebbers uit de plaatselijke club al veel tips gehad. En over praktische hulp mag ik ook al niet klagen. Mijn vriend Gerjan van Raidt Services heeft me met het bouwen van het hok enorm geholpen. Zonder hem had ik nu nog geen hok. Ook mijn buurman Herman heeft een groot aandeel gehad in het bouwen van het interieur en aanleggen van verlichting etc.”

Voor beginners en herstarters heb ik een stapel dubbele duivenboeken liggen, maar doorgaans zijn de meeste duivenliefhebbers geen lezers van duivenboeken. Dat geldt echter niet voor Leon, die al een flinke stapel heeft opgehaald en de eerste boeken al van voor naar achteren heeft doorgelezen. Ook internet struint hij flink af; “Ik moet zeggen dat YouTube en Google me heel wat informatie hebben verschaft. Vooral films van Falco Ebben heb ik denk allemaal al 3 x gezien. Daarnaast heb ik van diverse mensen informatie opgepikt zoals van Gerben Knol, Rinke Kouwen, Johan Jansen, Daniel Kreileman en de-duivencoach.nl, maar ook een middag bij Gert-Jan Beute was leerzaam.” Ik heb ervaren dat de gemiddelde beginner en herstarter best veel moeite heeft met het ziften van alle informatie die over hen heen uitgestort wordt. Hoe pakt Leon dit aan? “Zin en onzin scheiden is niet gemakkelijk, maar ik heb natuurlijk al bijna mijn hele leven dieren/duiven. Met de schapen heb ik wel wat leergeld betaald. Ik heb ontdekt dat ik me het beste voel bij de wat hardere aanpak met een minimum aan medicatie. Bij de schapen werkte het uiteindelijk ook het beste om de zwakkeren zo snel mogelijk er uit te halen en te selecteren op een grote natuurlijke weerstand. Zo wil ik het ook bij de duiven aanpakken. Misschien ga ik wel vreselijk op mijn plaat, dat kan. En natuurlijk zal ik ook wel producten gaan gebruiken die nodig zijn en logisch voelen.”

Een van de reacties op de vorige column over herstarters was dat het niet meevalt als je vrouw niets van de duiven moet hebben. Ik vroeg Leon hoe dat bij hem is. Leon; “Mijn vrouw interesseert duiven niets en dat is wellicht een probleem. Echter mijn dochter des te meer, dus aan haar heb ik een echte duivenvriend. Wat betreft mijn vrouw; zo begon het bij de schapen ook, ze vond het niks, maar na 2 jaar was ze bloedfanatiek. Overigens ben ik er erg blij mee dat mijn dochter Robin in de duiven geïnteresseerd is. Zij is zelfs al lid van de plaatselijke vereniging. Ik moet dat zelf nog worden. Qua tijd wordt het waarschijnlijk veel passen en meten. En dan is het fijn dat Robin de duiven kan loslaten en binnen roepen, wanneer ik zelf aan het werk ben.”

Leon gaf hiervoor al aan dat het tot nu toe niet meevalt om een herstart te maken in de duivensport en dan staat hij nu nog maar aan het begin. Wat ziet hij nog meer voor obstakels behalve de bouw van zijn hok en het tekort aan tijd? Leon; “Eerlijk gezegd denk ik dat toetreden tot de duivensport niet gemakkelijk is. Ik ondervind het allemaal nu zelf en dan heb ik nog het voordeel dat ik in het verleden een paar jaar actief als duivenliefhebber ben geweest. Maar stel dat je helemaal blanco de duivensport instapt? Hoe vergaar je dan de nodige kennis? Het is een complexe sport met vele vragen zoals wat een goed hok is, hoe je aan goede duiven komt, hoe en wat te voeren, enz. Zaken waar ik zelf ook vele vragen over heb. En dan heb je nog het financiële plaatje. Wat mag en moet het allemaal kosten? In de voorlichting naar beginners is nog veel te winnen. Ik vind dat de duivensport teveel naar binnen gekeerd is. Teveel bezig met zichzelf. Terwijl er genoeg mensen zijn die een dergelijke prachtige hobby goed zouden kunnen gebruiken, worden zij niet bereikt. Jammer is dat! Ik denk dat wanneer je wilt dat de duivensporters blijft bestaan, je veel meer naar buiten moet treden. Inzicht moet geven in de hobby. Laten zien dat je liefde hebt voor je duiven en voor de natuur in het algemeen. En ik denk ook dat er vanuit de duivensport actief moet worden ingezet op mensen boven de 40. Deze hebben meestal iets meer te besteden en wellicht ook iets meer vrije tijd verkregen (kinderen wat ouder).”

Tot zover Leon Eerenstein, die ondanks dat hij nog maar in het voorportaal van de duivensport staat, al een duidelijke visie heeft ontwikkeld en een duidelijk plan heeft. Ik zie grote overeenkomsten met Bert Bloemert, de herstarter over wie ik in 2012 schreef. Bert behoort inmiddels tot één der beste spelers van afdeling 10 en ook landelijk drukt hij zijn neus regelmatig aan het venster met in 2020 o.a. de 1e duifkampioen jong van Nederland. De komende tijd zullen we gaan zien of het Leon met hulp van zijn dochter Robin gaat lukken om in diens voetsporen te treden.


1 Maart 2021

Bedreigingen voor de duivensport.2 – Wetgeving / Politiek

In deze tijd zet het Coronavirus de hele wereld op zijn kop. Naast de enorme impact op de volksgezondheid, gaan bedrijven failliet en verliezen mensen hun baan met alle consequenties van dien. Ook onder de duivenliefhebbers zijn er die al niet veel te besteden hadden, die nu in een positie terecht komen waarin geld aan de duivenhobby uitgeven, nog eens kritisch zal moeten worden bekeken. Je zou zeggen dat het voor de hand ligt dat het aantal duivenliefhebbers door deze narigheid nog verder zal afnemen. En het lijkt wel of het aantal bedreigingen die het voortbestaan van de duivensport in gevaar brengen, steeds meer toenemen. Nog midden in deze coronacrisis kwam recent het bericht dat de Europese Unie de regels voor het vervoer van dieren binnen Europa wil verscherpen. Dit zal vergaande gevolgen hebben voor de duivensport, als er voor de duivensport geen uitzondering zal worden gemaakt. Het is dus afwachten of en zo ja, hoe deze bedreiging zal kunnen worden afgewend. Deze laatste bedreiging voor de duivensport bracht me op het (sub)onderwerp van deze column, namelijk de invloed van wet- en regelgeving en politiek op onze sport/hobby.

Anders dan dat ik gewoonlijk doe breng ik deze keer niet één liefhebber voor het voetlicht die ik zijn zegje over het desbetreffende onderwerp laat doen, maar heb ik meerdere liefhebbers uit mijn netwerk een aantal vragen voorgelegd. Van enkelen heb ik hun antwoorden verwerkt in deze column en anderen laat ik zelf aan het woord. Een van de liefhebbers die ik letterlijk citeer is René Dalmolen de huidige voorzitter van Afdeling 10. René is één van leden van de Covid-19 werkgroep en heeft in die hoedanigheid mede de protocollen opgesteld die het mogelijk maakten dat de overheid toestemming gaf om weer met de duiven te kunnen spelen. Ik vroeg hem hoe hij aankijkt tegen de huidige situatie en of hij de corona-pandemie ook als een bedreiging voor de duivensport ervaart. “Enerzijds is dat wel zo. Maar aan de andere kant zie ik ook dat door de beperkingen die de mensen vanwege het coronavirus worden opgelegd, er ook veel mensen zijn die hobby’s opzoeken die ze thuis kunnen beoefenen. Zo zijn er veel meer honden en katten verkocht en alle asieldieren zijn zomaar weg. En de eerste herintredende duivenmelkers dienen zich ook alweer aan. Het is natuurlijk wel de vraag of het een blijvende verandering is. Daarnaast zie je dat het inkorven op afspraak, wat door de corona is ingevoerd, bij veel verenigingen een blijvertje is. Mensen zijn niet de hele avond weg en zo blijft er ook in de omgeving meer draagvlak voor de sport. Nu de eerste kloksystemen die je vanuit huis kunt afslaan klaar zijn geeft de corona de sport misschien juist wel een onverwachte impuls.”

De regels naar aanleiding van de coronapandemie en de EU regels zijn niet de enige obstakels die er door de jaren heen vanuit de politiek voor de duivensport zijn opgeworpen. Vanaf beginjaren 80 is er diverse keren van overheidswege ingegrepen met wetgeving/maatregelen voor de duivensport. Soms hadden die gevolgen voor een aantal liefhebbers, maar dikwijls ook voor de gehele Nederlandse duivensport. Zo werd begin jaren tachtig de pluimvee en duivensportwereld opgeschrikt door het Newcastle Disease (NCD, pseudovogelpest) veroorzaakt door het Paramyxovirus. Een van de maatregelen die door de overheid werd genomen, was dat vanaf dan alle postduiven in Nederland moesten worden geënt. In die jaren bestond ook de ophokplicht al. Men dacht toen nog dat ook postduiven besmettelijke ziekten konden overdragen. Vooral dankzij onderzoek van universiteiten in België is dat wetenschappelijk ontkracht en zijn later de voorschriften aangepast. Een andere reden waarom op bepaalde dagen in najaar en voorjaar de duiven binnen moesten blijven, was om jagers de gelegenheid te geven verwilderde duiven af te schieten in de zaai en oogstperiode. Korter geleden (2003) herinneren de meesten zich nog wel dat 30 miljoen stuks pluimvee, vooral kippen, gedood werden vanwege de tot nu toe ergste uitbraak van het vogelgriepvirus. In 2006 mochten de postduiven drie weken niet los vliegen vanwege een uitbraak van het vogelgriepvirus. Daarnaast was er tot 1 mei van dat jaar een verzamelverbod voor duiven zodat het vliegseizoen ongeveer een maand later pas mocht worden gestart. Een jaar later moest begin van het seizoen worden uitgeweken naar Duitsland omdat de duiven Frankrijk niet in mochten vanwege weer een uitbraak van vogelgriep. En momenteel is er de situatie, waarin er als gevolg van de in november 2020 aangescherpte corona maatregelen, geen clubshows, kampioenenhuldigingen, tentoonstellingen, tafelkeuringen en ook geen nationale manifestatie mag worden georganiseerd. 

Al de bovenstaande voorbeelden van overheidsingrepen die directe gevolgen hadden voor het beoefenen van de duivensport heeft de duivensport leden gekost. Meestal was het “de bekende druppel die de emmer deed overlopen”, maar zonder dit overheidsingrijpen waren er wellicht nog een aantal van hen nog behouden voor de duivensport.

Wet- en regelgeving kunnen het de duivensport dus vrij lastig maken en zelfs onmogelijk. Zoals bijvoorbeeld het verbod op éénhoksraces met postduiven, dat door de NPO is ingesteld onder druk van het Ministerie van LNV. Nergens ter wereld geldt zo’n verbod. En als het aan een politieke partij als Partij voor de Dieren ligt, zou zelfs de totale duivensport verboden moeten worden net als veel andere sporten met dieren overigens. Ik vroeg Leo van der Waart die vanuit zijn positie bij de WOWD regelmatig met de overheid om de tafel zit, of hij denkt dat het ooit zover zou komen. “Als het aan de Partij voor de Dieren ligt wel. Die streven naar een samenleving waarin zo min mogelijk dieren worden gebruikt door de mens. Gelukkig is dat nog steeds een kleine partij, maar ze groeien toch gestaag. In de laatste peilingen hadden ze er 3 Kamerzetels bij. Er is ook zeker aandacht voor wedstrijdsport met dieren in de huidige Wet dieren. In de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren (GWWD) die in 1992 van kracht werd, kwam het woord wedstrijd of wedstrijden in totaal 3 keer voor. In de Wet dieren, die in 2013 van kracht werd, komt het woord wedstrijd of wedstrijden maar liefst 17 keer voor. Dit geeft aan dat wedstrijden met dieren zeker op de agenda van de politiek staan. Om wedstrijden met dieren te laten ophouden is het ook helemaal niet nodig om ze expliciet te verbieden. Als we gehouden gaan worden aan de nieuwe gedelegeerde verordening van de EU met betrekking tot het verplaatsen van dieren binnen de EU, dan is het volgens mij afgelopen met de duivensport in Nederland. De kosten van de verplichte keuringen worden dan veel te hoog voor 99% van de liefhebbers. Op die manier kun je dus ook wedstrijdsport met dieren beëindigen. Ik denk overigens niet dat dit het doel geweest is van deze verordening. Wedstrijdsport met dieren helemaal verbieden is niet iets wat de overige politieke partijen in hun verkiezingsprogramma hebben staan (tenminste niet dat ik weet). Zolang wij geen rare dingen doen en laten zien aan de overheid dat wij aan zelfregulatie doen waarbij het welzijn van onze duiven voorop staat, dan zal het zo'n vaart niet lopen met het helemaal verbieden van wedvluchten.”

De massale vernietiging van dieren in het verleden (koeien, varkens, geiten, schapen en kippen) brachten veel dierenleed en in de ogen van veel mensen onnodige verspilling van gezond leven in de media. Er werden felle acties gevoerd tegen het preventief ruimen en voor het massaal inenten van gezonde dieren. Ik vroeg Leo van der Waart of daarmee wellicht voeding is gegeven aan de dierenbeschermingsorganisaties. Dat deze bijvoorbeeld hierdoor veel leden hebben kunnen werven en zo zijn uitgegroeid tot partijen waarmee de politiek wel degelijk rekening moet houden? Leo; “De dierenbeschermingsorganisaties in Nederland krijgen veel geld dat bestemd is voor goede doelen en zijn daarmee in staat om mensen in dienst te nemen om te lobbyen bij de politieke partijen en ze hebben uiteraard ook geld voor een professionele afdeling Communicatie. Hierdoor weten ze hun standpunten zeer goed onder de aandacht te brengen. Daar hebben ze niet veel leden voor nodig (al is dat wel meegenomen natuurlijk). De ruimingen als gevolg van mond- en klauwzeer, varkenspest en vogelgriep hebben misschien niet voor leden gezorgd, maar mensen zijn wel anders naar het houden van dieren gaan kijken. Daarnaast staan mensen tegenwoordig ook veel verder van de natuur en het houden van dieren af als vroeger en kunnen ze zich ook nog eens moeilijk in een ander verplaatsen. Dat het een boer heel hard raakte als er geruimd werd, vonden veel mensen maar vreemd want anders werden die dieren toch ook geslacht? Vroeger was het ook heel gewoon om je eigen konijnen en kippen te slachten voor eigen gebruik. Als je dat nu doet wordt je gek aangekeken, want dat is zielig. Dit alles heeft tot gevolg dat de politiek heel anders naar het houden van dieren is gaan kijken en dat we dus zorgvuldig met het welzijn van onze duiven moeten omgaan. Als we dat niet doen dan krijgen we vroeg of laat te maken regelgeving van bovenaf.”

Wanneer de duivensport negatief in het nieuws is en dit leidt tot Kamervragen (bijvoorbeeld bij z.g. rampvluchten, éénhoksraces, duivenoverlast in grote steden, vergiftigen van roofvogels waarbij de verdenking bij de duivenliefhebbers ligt, enz.), wordt door de verantwoordelijk bewindspersoon veelal verwezen naar de NPO die hun verantwoordelijkheid moet nemen. Hieruit blijkt mijn inziens dat de duivensport voor haar voortbestaan gebaat is bij een sterke bond die de belangen behartigt van elke duivenliefhebber. Ik vroeg aan Leo en René hoe zij hier tegenaan kijken.

Leo; “Daar ben ik het mee eens. De NPO moet de belangen van alles wat met de wedstrijdsport met duiven te maken heeft behartigen. Als er met "Den Haag" gesproken wordt, dan is dat met ambtenaren van het ministerie van LNV. Deze hebben één aanspreekpunt nodig en dat kan niet vandaag Afdeling X zijn en morgen Afdeling Y. Met dit vaste aanspreekpunt wordt een vertrouwensband op gebouwd en dat betekent dat ze ook contact zoeken als er zaken m.b.t. de duivensport spelen. Dat wil uiteraard niet zeggen dat ze het dan altijd met ons eens zijn, maar we kunnen ze dan in ieder geval van de juiste en consistente informatie voorzien. Dat voorkomt veel narigheid. Toen de NPO nog een directeur had, was die het vaste aanspreekpunt voor LNV. Met het vertrek van de laatste directeur en daarnaast het vergeten om de emailadreswijziging na de verkoop van de domeinnaam npo.nl te sturen aan het ministerie, is het contact behoorlijk verwaterd. Het laatste half jaar zijn die contacten weer aangetrokken en dat moeten we zo houden. Daarnaast moeten we ook samenwerken met andere hobbydierhouder organisaties. Samen sta je sterker.”

René; “De politiek is de laatste jaren sterk veranderd. We hebben partijen die speciaal beleid voeren op dierenwelzijn en we hebben een afzonderlijke Partij voor de Dieren. Het beeld van het houden van dieren is veranderd en dat is een werkelijkheid die we onder ogen moeten zien. Het houden van wedstrijden met dieren is iets wat we niet voor zeker kunnen blijven nemen. We moeten dus goed omgaan met deze uitzondering. We kennen allemaal wel de krantenkoppen over rampvluchten. Ik zet daar tegenover dat de meeste duivenmelkers 365 dagen per jaar met hun duiven bezig zijn en juist erg hun best doen om alle duiven snel weer terug te krijgen op hun hok. We moeten werken aan de beeldvorming en ieder lid heeft daar een rol in en moet zich daar bewust van zijn. Ook het ophalen van duiven die onderweg worden opgevangen hoort daar ook bij. Het is een kwestie van je verantwoordelijkheid nemen. Bij excessen vind ik ook dat afdelingen en ook zeker de NPO op moeten treden. Dus inderdaad is de duivensport gebaat bij een sterke bond die onze belangen behartigt.”

De uitspraak van René dat iedere duivenliefhebber dient te werken aan een positieve beeldvorming werd ook door een aantal andere liefhebbers gedaan die ik voor deze column om input vroeg. Zo gaf Gerhard Bolks aan dat volgens hem de grootste bedreiging voor de duivensport de liefhebbers zelf zijn. Hij verwees daarbij naar de sociale media waarop een kleine groep duivenliefhebbers te pas en te onpas paniek zaait en ongefundeerde kritiek spuit. Zij trekken daarmee aandacht en niet alleen van duivenliefhebbers. Waarschijnlijk is het hen daarom te doen, maar dat ze hiermee de duivensport een hele slechte dienst bewijzen mag duidelijk zijn. Hoe meer signalen de politiek bereiken over zogenaamde misstanden, des te eerder zal een minister of een kamerlid zich gedwongen voelen om hier iets aan te doen. Het gevolg is politieke bemoeienis en dus nog meer wet- en regelgeving.


1 Februari 2021

Diana Nijman - Balkbrug / Vrouwen in de Duivensport - 2

Het is inmiddels al weer 8 jaar geleden dat ik schreef over een vrouw in de duivensport. Dit betrof Christianne Niks uit Westerhaar. De afgelopen jaren zag ik steeds meer vrouwen die actief in de duivensport zijn. Zo maakte Esther Noorderijk een paar jaar deel uit van het NPO bestuur en ook nu heeft de NPO weer een vrouwelijk bestuurslid in de persoon van Annette Espeldoorn. Ook tijdens mijn activiteiten als de-duivencoach.nl kwam ik geregeld vrouwen tegen die zelfstandig of samen met hun partner de duivensport beoefenen. Daarom vond ik het hoog tijd om weer eens een vrouwelijke duivenliefhebber aan het woord te laten. Deze keer is dat de 53 jarige Diana Nijman uit Balkbrug.

Diana is in 2010 zelfstandig met de duivensport gestart, nadat ze een aantal jaren haar man Marcus had geholpen. Als hij vanwege zijn werk de duiven niet kon binnen halen, zowel van de doordeweekse trainingen als zaterdags van de vlucht, deed Diana dat. Dit vond ze zo leuk dat ze uiteindelijk voor zichzelf is begonnen met een eigen hok en eigen duiven. Haar eerste succes was de eerste jonge duivenvlucht waarop ze in 2010 meedeed. Met een 1e prijs in de club en een teletekstvermelding in de afdeling kun je wel spreken van een vliegende start. Haar mooiste succes vindt ze de prestaties over het seizoen 2019. Haar duiven deden het dat jaar zo goed dat ze in 2020 naar de A-poule van de vereniging promoveerde.

Diana speelt niet alleen met eigen duiven op een eigen hok, maar speelt ook in een andere vereniging dan haar man. Diana; “Toen Marcus in 2000 met de duivensport begon waren de rayons anders ingedeeld dan nu. Daarom werd Marcus toen lid in Nieuwleusen. Toen ik begon kon ik lid in Dedemsvaart worden. Wij zijn allebei vrij competitief dus dit was een mooie oplossing. Vanaf het begin heb ik ook geen duiven van Marcus in het hok. We vliegen tegen elkaar. Mijn duiven komen van Jan Kleinlugtebelt uit Vroomshoop. Van hem heb ik duiven gekregen toen ik vertelde dat ik niet met Marcus zijn duiven wou vliegen. Ook heb ik duiven gekocht van Martin Trompetter uit Staphorst. Natuurlijk kwamen er ook wel eens duiven van andere liefhebbers bij. Maar met de duiven van deze twee liefhebbers ben ik het beste geslaagd.”

Diana beoefent dus geheel zelfstandig de duivensport. Natuurlijk springt Marcus wel bij als dat nodig mocht zijn. Bij ziekte bijvoorbeeld. Maar zoals gezegd heeft hij geen enkele bemoeienis met Diana haar duiven. Diana speelt met 30 oude duiven en doet dat geheel op haar eigen manier. Maar wat vindt ze nou eigenlijk zo mooi aan de duivensport?  “Het mooiste aan de duivensport vind ik mijn duiven terug te zien komen van de vlucht. Vooral als ze een beetje goed achter elkaar aan komen en ik voor mijn man zit . Die competitie die wij samen hebben is geweldig. Ik vlieg op de vitesse en de midfond met 15 duivinnen. En op de natour alleen met mijn doffers. Ik vlieg geen fond omdat ik van de snelheid houd en het prachtig vind als ze binnen een uur na de eerste allemaal weer in het hok zitten. Dat lukt natuurlijk niet altijd en dan probeer ik dat te verbeteren. Zo ben ik al 10 jaar bezig en ik geniet daar erg van.”

In de afgelopen jaren sprak ik ook met enkele vrouwen die gedurende een korte periode postduiven hadden gehad, maar ontgoocheld waren afgehaakt. Als reden werd aangegeven dat ze als vrouw niet serieus werden genomen. Dat ze geen aansluiting hadden bij de andere clubleden en geen hulp kregen. Kortom ze kregen sterk het gevoel dat ze een vreemde eend in de bijt waren en niets te zoeken hadden in de duivensport. Diana heeft gelukkig veel positievere ervaringen. “Er komen volgens mij steeds meer vrouwelijke liefhebbers bij in de duivensport. Bij mij in de vereniging zijn we met z'n drieën. We hebben veel contact met elkaar en proberen elkaar te helpen zodat we de mannen eraf kunnen vliegen. In de B poule lukt ons dat regelmatig haha. Er zit altijd wel een vrouw bij de eerste tien van de vereniging. Top toch?! Ook met vrouwen uit andere verenigingen heb ik wel contact. Verder doe ik ook mee aan de Ladies League. Ik vind het een fantastisch initiatief . Hoewel ik wel het idee heb dat er ook een aantal mannen onder de naam van hun vrouw meevliegen. Ik zou tegen die vrouwen willen zeggen; Probeer het eens zelf, het is een fantastische hobby en wat is er mooier dan je eigen man eraf te vliegen?”

In 1995 schreef Jaak Nouwen het boekje “Wat vrouwen niet (mogen) weten over de duivensport”. Hij schreef dit boekje voor de levenspartner van de tot die tijd meestal mannelijke duivenliefhebber. Zijn doel met dit boekje was de vrouwen meer te betrekken bij de duivensport en zodoende te komen tot een meer gezinsvriendelijke duivensport. We zijn inmiddels 25 jaar verder en of de duivensport inmiddels gezinsvriendelijker is geworden weet ik niet. Maar het succes van de Ladies League en het signaal dat het aantal vrouwelijke duivenliefhebbers lijkt toe te nemen, wijst er wel op dat de duivensport inmiddels niet meer vrijwel volledig een mannensport is. Toch komen er relatief gezien weinig nieuwe vrouwelijke duivenliefhebbers bij. Dit blijkt ook uit de ervaringen van Diana; “Omdat ik zelf zoveel plezier aan de duivensport beleef, probeer ik regelmatig andere vrouwen te enthousiasmeren voor de duivensport. Dit resulteert vooralsnog helaas niet in veel aanwas van nieuwe leden. Daar zijn diverse redenen voor. Vrouwen die de duivensport kennen en op zich er wel voor zouden voelen om zelfstandig met duiven te spelen, hebben meestal geen ruimte in de tuin voor een eigen hok. En ze vinden het niet leuk om met eigen duiven uit hetzelfde hok als hun man te vliegen. Voor vrouwen die de duivensport niet kennen is het nogal een hele stap om een hok, duiven en de verdere benodigdheden aan te schaffen.”

Diana is realistisch en stelt geen al te hoge doelen. Voor haar staat de omgang met de duiven en de competitie met haar man en de vrouwelijke liefhebbers in haar club voorop. Het spelplezier zit voor haar beslist niet in een aansprekende overwinning op een groot concours of een kampioenschap. En er zijn ook grenzen aan de inspanningen en financiën die ze voor haar hobby overheeft. Voor Diana is de duivensport een hobby; “Je kunt het net zo moeilijk en ingewikkeld maken als je wilt. Wil je een leuke hobby met ook nog kans op zo nu en dan een mooie uitslag of een vroege duif, dan hoeft het niet zo moeilijk te zijn. Wil je echter alles winnen en bovenaan in de top meedraaien , dan kan het moeilijk en ingewikkeld worden. Over het algemeen heb ik niet te klagen over hulp als het met de duiven om één of andere reden niet zo gaat als dat ik wil of hoop. In deze regio zijn de duivenmelkers wel behulpzaam. Ze geven vast niet al hun geheimen prijs, maar vooral de eerste jaren heb ik menig advies gehad waar ik verder mee kon. Als je wat beter gaat vliegen, worden de adviezen wel wat minder. Want ze willen allemaal het liefste zelf winnen.”

In een enquête uit 2016 die onder alle Nederlandse postduivenliefhebbers is gehouden, bleek een groot aantal van de respondenten hun zorg te hebben over het voortbestaan van de duivensport. Een geluid dat ik zelf ook regelmatig opvang tijdens mijn hokbezoeken of bezoeken aan verenigingen. Maar deze zorg wordt niet gedeeld door Diana; “Het klinkt misschien gek maar ik zelf denk dat de duivensport best een toekomst heeft. Vooral nu er steeds meer vrouwen mee doen. Toch zou het mooi zijn als er ook wat meer jeugd bij zou komen.”

Tot slot geeft Diana nog een voorbeeld dat er in de hoofden van veel mensen toch nog het idee vastgeroest zit dat dat de duivensport een mannensport is. “Tijdens het vliegseizoen komt het geregeld voor dat ik wordt gebeld op mijn eigen mobiele telefoon, waarbij de eerste vraag dan is of mijn man thuis is. Wanneer hij thuis is geef ik hem vervolgens de telefoon. Even later hoor ik hem dan vragen of ze het nummer van de duif willen geven. En weer even later komt hij met de telefoon naar mij toe, waarbij hij de beller aangeeft dat het waarschijnlijk om een duif van mij gaat. Daarna krijg ik dan meestal iemand aan de telefoon die eerst heel hard sorry roept. Dus helaas zijn er ook binnen de duivensport nog veel mensen die blijven denken dat het een mannensport is.”


1 Januari 2021

Harm Berghorst - Doornspijk / Duivensport Vroeger en Nu.3

Vorige week overleed Hielko Postma uit Eenrum met wie ik de eerste column over de verschillen en overeenkomsten in de duivensport van vroeger en nu schreef. Met het overlijden van Hielko is een icoon uit de Noord Nederlandse fondwereld heen gegaan. Ik bewaar hele goede herinneringen aan hem en die zullen er velen met mij hebben. In deze tijd waarin het coronavirus wereldwijd vele slachtoffers maakt, zijn er onder de duivenliefhebbers nog meer slachtoffers te betreuren. En dat is niet vreemd als je je realiseert dat het overgrote deel van de Nederlandse duivenliefhebbers tussen de 60 en 80 jaar oud is. Hielko is overigens niet aan het coronavirus overleden, maar het had niet veel gescheeld of de man die in deze 3e column centraal staat, was wel één van de corona slachtoffers geweest. Het betreft de 74 jarige Harm Berghorst uit Doornspijk. Begin dit jaar werd hij geveld door het corona virus en is drie weken ernstig ziek geweest, gevolgd door nog een paar maanden waarin hij erg vermoeid en lusteloos was. Gelukkig is hij inmiddels weer goed hersteld.

Harm die uit een gezin komt waar vanaf zijn geboorte altijd al dieren waren zoals kippen, fazanten en eenden, kreeg als kleine jongen van zijn vader een hokje met twee witte sierduiven. Daar kwamen in de loop van de tijd nog wat aanvliegers bij en na een paar jaar werd er door Harm besloten om serieus met postduiven te gaan beginnen. Zijn vader vond dat een goed idee en samen bouwden ze een hok. Zo werd er in 1960 door de toen 14 jarige Harm met de postduivensport gestart. Van een aangetrouwde neef (A. van Putten) kwamen de eerste duiven. Later kwamen daar nog duiven bij van Frank van Goor. Na een paar jaar met wisselend succes zelfstandig te hebben gespeeld, besloot zijn oudere broer Gerrit Jan om mee te gaan doen en vanaf die tijd werden er nog mooiere prestaties behaald. Ze hebben samen zo’n kleine veertig jaar in combinatie gevlogen.

Door de jaren heen heeft Harm mooie successen gekend. Nu de jaren beginnen te tellen is zijn geheugen niet meer wat het geweest is en zijn de meeste kampioenschappen of overwinningen ver weg gezakt in zijn herinnering. Wat hij zich nog wel kan herinneren is dat hij ooit een horloge won op een nationaal Orleans jonge duiven en ook op een jonge duivenvlucht vanuit Etampes een hele mooie uitslag maakte, waarbij begonnen werd met de eerste 3 prijzen in de club. Ook de 2 TT plaatsen in 2018 staan hem nog helder voor de geest net als meer recentere successen als afgelopen jaar het jonge duivenkampioenschap van zijn vereniging PV de Zilvermeeuw uit Nunspeet, een sterke club met landelijke bekende kampioenen. En in 2017 won Harm op de jaarlijkse scootervlucht de scooter in Kring 1. Harm over zijn resultaten; “Bij mij gaat het vooral om plezier aan de duivensport te beleven. Dit vind ik belangrijker dan het winnen van kampioenschappen. Natuurlijk dragen goede resultaten aan dit plezier bij, maar dat ik als kleine liefhebber, met een kleine accommodatie en met slechts 14 doffers en 14 duivinnen de afgelopen 5 jaar steeds tussen de kampioenen sta, vind ik al heel mooi. Gezond blijven is het allerbelangrijkste, dat is mij afgelopen jaar nog weer eens heel duidelijk gebleken. Toen de Corona me afgelopen voorjaar te pakken had, waren de duiven helemaal niet belangrijk meer. Maar nu ik er weer bovenop ben hoop ik nog een tijdje mooie uitslagen te kunnen blijven maken. En dat is niet gemakkelijk want er verandert veel in de duivensport. Om bij te blijven kun je het je niet permitteren om achterover te leunen.”

Harm loopt dus inmiddels 60 jaar in het duivenwereldje rond en heeft uiteraard veel gezien en gehoord. Ik sprak met hem o.a. over het boekje “Hoe bestrijdt men de beroepsduivenmelkers?” uit 1933. Hier worden onderwerpen in besproken die destijds, dus bijna 90 jaar geleden, actueel waren en het nu nog steeds zijn. Ook toen al was er de ongelijke strijd van professionele duivensporters met de beste duiven, grote hokken en hokverzorgers in dienst tegen de amateurs met (zeer) beperkte middelen. In die zin is er niet veel veranderd, alleen werden destijds in België liefhebbers die te sterk overheersten, niet zelden uitgesloten van deelname. Gelukkig zijn zulke drastische ingrepen hier niet mogelijk. Maar ook nu heb je de eeuwige discussies over eerlijk spel, inkorfbeperking, enz. Ik vroeg Harm hoe hij hier tegenaan kijkt. “Verschillen zijn er inderdaad altijd geweest en zullen er ook altijd blijven. Maar ik zie wel dat in bepaalde gebieden de verschillen wel steeds groter worden. Dat de kloof tussen amateur en prof of semiprof zo groot geworden is, vind ik wel een zorgelijke ontwikkeling. Een aparte amateurklasse zie ik om meerdere redenen niet als oplossing, maar wat dan wel? Alleen saamhorigheid kan de duivensport nog redden. Het is nu veel te veel ikke, ikke. Er moet nu nagedacht worden hoe we de verenigingen in stand kunnen houden. We moeten echt meer openstaan voor elkaar. De saamhorigheid brokkelt nu steeds verder af. Dit proces moet gestopt worden. Het afgelopen jaar was al een voorproefje van hoe de toekomst van de duivensport er uit zou kunnen gaan zien. Er is dan geen of nauwelijks nog verenigingsleven. Dat zal tot gevolg hebben dat vooral de amateurs/hobbyisten af zullen haken. Daarnaast zie je in diverse verenigingen het fenomeen dat het werk veelal wordt gedaan door de liefhebbers die elke week op de 2e helft van de uitslag staan. Juist voor die mensen is het sociale gebeuren in de club zo belangrijk. Als dat verdwijnt, stoppen deze mensen veelal ook. En hoe dan verder? Het verschil met de zestiger tot en met de negentiger jaren is dat er toen ook specialisten waren, maar hun overwicht was minder groot dan nu. Toen stonden de vluchten veel langer open wat dus meer spanning genereerde, er werd veel gepould en er waren mooie prijzen te verdienen. Een simpele liefhebber die het duiven melken goed in de vingers had, kon destijds uitblinken en wat verdienen. Nu heb je veel meer specialisten die de concoursen volledig oprollen.”

Hetgeen Harm aangeeft ten aanzien van het verloren gaan van de saamhorigheid in veel verenigingen is het gevolg van de toenemende mate van individualisering en competitiedrift in de maatschappij. Uit diverse sociologische onderzoeken blijkt dat in een competitie waarin maar één persoon kan winnen en dat de ander sowieso verliest, dit de natuurlijke verbondenheid tussen mensen ondergraaft. Dit verschijnsel zien we dus helaas ook steeds meer in de duivensport. Dat het tij gekeerd kan worden door meer samen te doen en voor elkaar over te hebben, zoals Harm aangeeft is duidelijk.

Ik vroeg Harm welke verschillen hij nog meer ziet ten opzichte van de duivensport van zeg maar zo’n 50 jaar geleden. “De concoursen duren tegenwoordig veel korter, mede als gevolg van het feit dat er betere duiven worden gekweekt, de vooruitgang van de medische wetenschap en meer in duiven gespecialiseerde dierenartsen, de ontwikkelingen op het gebied van voeding en supplementen en er waren vroeger veel minder verliezen van jonge duiven. Voor wat het laatste betreft moet ik zeggen dat ik zelf niet zulke grote verliezen ken als dat ik elders lees en hoor. Door streng op gezondheid te selecteren (er zijn overigens meer ziektes dan vroeger) en alleen uit je beste duiven te kweken kun je de verliezen volgens mij wel flink beperken. En ook door bij kinderziektes niet meteen naar de medicijnpot te grijpen. Maar er zijn natuurlijk ook oorzaken waar we geen grip op hebben zoals luchtvervuiling en de elektromagnetische straling. En wat te denken van het toenemend aantal roofvogels? Ook zullen kruislossingen wel een rol spelen.”

Tot slot nog een aantal vragen.

Je hebt een groot aantal verschillen genoemd tussen de duivensport en duivensportbeleving van vroeger en nu. Zie je ook overeenkomsten?

Ja zeker. Net als tegenwoordig waren er vroeger ook duivenliefhebbers die na een slechte vlucht ’s maandags bij de dierenarts zaten. Een ook vroeger waren er vluchten die slecht verliepen. En ook toen waren er liefhebbers die meenden dat het geheim voor goed presteren in potjes en flesjes zat.

Om even terug te komen op geheimen uit potjes en flesjes. In het eerder genoemde boekje uit 1933 lees ik dat er destijds al stoffen als bijvoorbeeld Strychnine en Arsenicum in de duivensport werden gebruikt. Ben jij daar in je duivenloopbaan wel eens mee geconfronteerd?

Doping is van alle tijden. Ik weet zeker dat er in vroegere jaren veel werd geëxperimenteerd met allerlei stimulerende middelen, maar alles gebeurde stiekem. Zo nu en dan hoorde je wel eens wat over het inspuiten van duiven, maar waarmee? Ik heb geen idee. Ik was hier ook nooit in geïnteresseerd. Er zullen vast stoffen zijn die een tijdelijke positieve invloed op de conditie van de duif hebben, maar ik ben er zeker van dat het gebruik hiervan op de langere duur nooit goed voor de duif kan zijn.

Men is tegenwoordig veel voorzichtiger met lossen dan vroeger lijkt het. Hoe kijk jij hier tegenaan?

Er is teveel kritiek op de commissies die lossingsadvies geven. Dat werkt die in mijn ogen te grote voorzichtigheid in de hand. Daarnaast wordt de duivensport door belangenpartijen voor dieren nauwlettend in de gaten gehouden, als gevolg waarvan er steeds meer regelgeving komt. Nog even en dan zijn er zoveel richtlijnen dat er helemaal niet meer gelost kan worden. Ik pleit voor iets meer gezond verstand en minder regelgeving.

Tot zover Harm Berghorst met zijn kijk op duivensport vroeger en nu.

 

 

de-duivencoach.nl (K.v.K 01166256)  |  info@de-duivencoach.nl