1 Juni 2020

Schatbewaarders 3 (Stichelbaut) / Frans Labeeuw – Bissegem (B)

In deze serie over liefhebbers die hun best doen om een beroemde postduivenstam in stand te houden, staat deze keer Frans Labeeuw met zijn Stichelbauts centraal. Frans is een zoon van wijlen Daniël Labeeuw die goed bevriend was met de wereldberoemde Alois Stichelbaut. In de zevendelige serie boeken over de geschiedenis van de Belgische reisduif van Jules Gallez wordt de naam Stichelbaut veelvuldig genoemd. In deel 5 valt onder andere het volgende te lezen waaruit blijkt hoe gewild destijds de Stichelbauts waren; “Op 15 december 1946 werden de laatste 8 duiven van wijlen Alois Stichelbaut verkocht. De toeloop van duivenliefhebbers was zo groot dat het verkooplokaal voor het verkeer moest worden afgesloten. Honderden liefhebbers hebben nooit de 8 duiven gezien en vele honderden hebben nooit het verloop van de verkoping gehoord. Voor de verkoop van deze 8 duiven werd een bedrag van 150.000 Frank neergeteld. Voor zo’n bedrag kon destijds in de stad een groot herenhuis worden gekocht.” Tijdens deze verkoop werd door Daniël Labeeuw de 691-41 gekocht die de moeder werd van zijn 1e nationaal Chateauroux. Deze Chateauroux won ook nog 1e prijzen in groot verband van Dourdan, Tours en Bordeaux en werd één van de belangrijkste stamduiven van de kolonie Labeeuw.

Alois Stichelbaut behaalde met zijn duiven tussen 1930 en 1940 talloze overwinningen op afstanden tussen 160 en 800 km. Hij overleed kort na de tweede wereldoorlog. Zijn roem leeft tot op de dag van vandaag voort doordat velen met de nakomelingen van zijn duiven geslaagd zijn. Enkele van de bekendste zijn Michel Descamps-Van Hasten, Pol Bostyn, Gerard Vanhee, Roger Vereecke, Marcel Desmet en Frans zijn vader Daniël.

Daniël Labeeuw won tot zijn overlijden in 1969 ontelbare 1e prijzen en kampioenschappen. Toen hij in 1969 overleed werden de oude duiven openbaar verkocht en kwamen de jonge duiven bij zijn zonen André en Frans terecht. In deel 2 van de hiervoor genoemde boekenserie “Geschiedenis van de Belgische Reisduif” dat in 1979 werd uitgegeven, schreef Gallez dat Frans Labeeuw de waardige opvolger van zijn beroemde vader Daniël was en vermeldde daarbij dat dit hok het moederhok van 12 nationale overwinningen was, waarvan 4 x internationaal. Inmiddels zijn we 40 jaar verder en is dat aantal bijna verdubbeld naar 23 nationale en internationale overwinningen, behaald met nakomelingen van de Stichelbautduiven direct of indirect afkomstig van de hokken uit Bissegem.

De basis van de Stichelbautkolonie van Frans is dus gelegd door zijn vader Daniël, die zoals gezegd een goede vriend van Alois Stichelbaut was en zowel voor als na diens overlijden uit het beste van diens kolonie heeft geput. Frans heeft na het overlijden van zijn vader diens werk voortgezet en is blijven voortbouwen op de fundamenten die zijn vader had gelegd. Dat dit bij Frans tot zeer mooie resultaten heeft geleid is algemeen bekend. Zo won Frans tussen 2006 en 2014 maar liefst 3 x de Barcelona Masters tandem (met Henri Vanneste, Etienne Devos en Chris Hebberecht). Maar zoals al genoemd is het aantal successen dat de nazaten van bij Daniël en Frans gekweekte duiven op de grote fond bij elkaar gevlogen enorm. Naast de 23 nationale en internationale overwinningen, werden er ontelbare topklasseringen behaald op vooral de zware fond. Zo heeft de 1e nationaal en 2e Internationaal Barcelona 2012 van Ferdy Descheemaecker als moeder een rechtstreekse Frans Labeeuw. Overigens werd Barcelona in de jaren zestig, zeventig en tachtig diverse malen gewonnen door een duif met Stichelbautbloed in de aderen.

Vooral buiten België zijn de Stichelbauts momenteel nog steeds zeer populair. In de voormalige Oostbloklanden als Roemenië en Polen worden nog steeds grote successen behaald met Stichelbauts waarvan velen hun oorsprong hadden bij Frans en zijn vader. Maar ook vanuit de Filipijnen, de USA, Canada en Irak krijgt Frans regelmatig bericht over hedendaagse successen die daar met Stichelbauts worden behaald. De in Engeland zeer bekende liefhebber Dacian Busecan en schrijver van diverse veel gelezen duivenboeken, is zeer gecharmeerd van de Stichelbauts van Frans. Hij heeft er op Facebook een pagina aan gewijd met zo’n 2,5 duizend leden. Daarin is hij echter niet de enige en hij heeft ook zeker niet de grootste groep van Stichelbautfans. De groep Stichelbaut die ruim 11.000 leden telt van de Filipijnse Jeff Candelario is de grootste Facebookgroep, gevolgd door Stichelbaut Pigeon met 6000 leden, eveneens van een Filipijnse liefhebber. Het is natuurlijk zeer de vraag hoeveel oorspronkelijk Stichelbautbloed de meeste van deze duiven nog voeren en wat hun sportieve waarde nog is. Maar het geeft wel aan wat een enorme populariteit deze stam heden ten dage nog geniet.

Zoals gezegd wordt er met de Stichelbauts die hun oorsprong in de kolonie van Frans hebben ook tegenwoordig nog heel goed gepresteerd. Bijvoorbeeld door de Roemeen Nicu Barbulescu die zowel de 1e nationale asduif lange afstand van Italië had over het seizoen 2009/2010 als over het seizoen 2010/2011. Daarnaast behaalde hij ook aansprekende successen op meerdere éénhoksraces als onder andere de One Million Dollar race in Zuid Afrika en de Algarve OLR in Portugal met nazaten van bij Frans aangeschafte duiven.

Frans  heeft het door de jaren heen als zijn levenswerk gezien om de Stichelbautstam zo zuiver mogelijk te houden met behoud van de vliegkwaliteiten. Dat hij hier in geslaagd is, mag op basis van de prestaties die wereldwijd behaald worden met de afstammelingen van zijn duiven, wel duidelijk zijn. Ik vroeg hem hoe hij hier in te werk is gegaan. “In eerste instantie werden door mijn vader in het verleden met Pol Bostijn duiven uitgewisseld en werd met André Vanbruaene samenkweek gedaan. Dit waren duiven met veel Stichelbautbloed in de aderen. Ook later werd regelmatig een zeer goede duif ingebracht die veel Stichelbautbloed in zich had. De afgelopen jaren zijn er kinderen van de 1e nationaal Barcelona van Ferdi De Scheemaeker naar mij gekomen. De moeder genaamd Miss Stichelbaut is door mij gekweekt. En recent heb ik nog samen gekweekt met Roger Muylle uit Bellegem. Deze is zeer goed geslaagd met duiven van mij. Ik haal dus alleen zogenaamd vers bloed binnen van excellente duiven die minimaal 75 % het bloed voeren van mijn Stichelbauts. Door op deze manier te kweken zijn er 2 bloedlijnen gecreëerd, namelijk de Blauwe en de zwarte Stichelbauts (Lijn President en Zwarte Fijnen).”

Wanneer je zoals Frans gedurende 50 jaar nauwelijks vers bloed bij haalt, is het bijna vanzelfsprekend dat bepaalde basisduiven tientallen keren voorkomen in de stamboom van je hedendaagse duiven. Het spreekt vanzelf dat er dan ook zeer streng moet worden geselecteerd. Frans over selectie; “Selectie vindt vooral door de mand plaats, maar ook wel door de hand. Op de ogen wordt daarbij niet gelet, maar wel op de lichaamsbouw. De belangrijkste eigenschap van de Stichelbauts is het doorzettingsvermogen en daar wordt dan ook zeer streng op geselecteerd. Het geeft mij zeer veel voldoening dat het mij is gelukt om deze eigenschap in mijn stam vast te leggen. Mijn duiven zijn op hun best als er hard gewerkt moet worden op afstanden tussen de 800 en 1200 km. Ze geven niet snel op. Ik verspeel dan ook weinig duiven. Er worden geen concessies gedaan. Elke plaats op het kweekhok moet verdiend worden. Prestaties zijn zeer belangrijk en daarom wordt nog steeds met een kleine ploeg aan de zware opdrachten deelgenomen. Hoewel natuurlijk vanwege mijn leeftijd als 80 plusser de nadruk wel meer op het kweken dan op het vliegen is komen te liggen. De verzorging van een grote kolonie kost op mijn leeftijd veel energie en om de reden heb ik twee jaar geleden een deel van mijn kwekers verkocht, maar de basis zit er nog en blijft vooralsnog zitten.

Tot zover de schatbewaarder van de stam Stichelbaut. Het zou mooi zijn als zijn levenswerk zou worden voortgezet als Frans noodgedwongen zou moeten stoppen.


1 Mei 2020

Anton van Oort - Geffen / Bedreigingen voor de duivensport - Corona

Dat de duivensport in haar voortbestaan wordt bedreigd zal geen enkele duivenliefhebber ontkennen. Toch wordt dit niet door iedere duivensporter als een probleem ervaren. De hoge leeftijd van de gemiddelde duivenliefhebber is hier uiteraard debet aan. De opmerking; “het zal mijn tijd nog wel duren”, hoor ik geregeld. Toch zijn er uiteraard ook velen die zich wel zorgen maken over het feit dat de duivensport in zwaar weer verkeert. En ook zij zien net als ik, dat aan de lange lijst van oorzaken als gevolg waarvan het aantal duivenliefhebbers jaarlijks steeds verder krimpt, er sinds begin van dit jaar weer een oorzaak toegevoegd kan worden. Namelijk het nieuwe Coronavirus, dat inmiddels al ruim 4500 slachtoffers heeft gemaakt in Nederland en wereldwijd ruim 200 duizend. Hoeveel duivenliefhebbers inmiddels als gevolg van besmetting met het Coronavirus gestorven zijn is me niet bekend. Wel weet ik dat het er in ieder geval enkele tientallen zijn. En ook liggen er nog diverse liefhebbers in het ziekenhuis. Hopelijk herstellen ze snel.

Hoe de wereld er na deze crisis uit zal zien, weet niemand. Maar dat de Coronacrisis veel zal doen veranderen zal voor iedereen duidelijk zijn. Er zullen nieuwe dingen ontstaan en een aantal oude gewoonten zullen nooit meer terugkomen. En dat zal ook voor de duivensport gelden. Ik sprak/mailde/appte hier de afgelopen periode met heel veel liefhebbers over. Een van hen was Anton van Oort uit Geffen die in mijn column van 11 november 2012 ook al eens aan het woord was. Hij kan uit eigen ervaring meepraten over de gevolgen van een uitbraak van een besmettelijk virus. Anton is namelijk veehandelaar van beroep en heeft in 1997 de varkenspest en de gevolgen daarvan van heel dichtbij meegemaakt. Die gevolgen waren destijds desastreus. Bijna 10 miljoen varkens werden afgemaakt en de sector liep miljarden euro’s schade op. Velen van boven de 30 zullen zich de beelden op televisie van dode varkens die door grote grijpers werden afgevoerd, nog wel herinneren. In die branche wordt nu na 23 jaar nog steeds gesproken over het tijdperk van voor en na de pest. De wond die toen ontstond is nooit helemaal dichtgegaan zeggen velen die net als Anton direct werden getroffen. In 1997 werd als het ware alles in de sector gereset zegt Anton.

Hoe destijds het varkenspestvirus werd bestreden en het verloop hiervan geeft wellicht een indicatie over het tijdpad waaraan we moeten denken ten aanzien van het coronavirus. Anton geeft aan dat de bestrijding destijds in 3 fases verliep. “Fase 1 was de periode van ontdekking en de eerste uitbraken van het virus. In deze fase heerste er complete paniek. De overheid gaf ons nog 24 uur om ons geplande werk af te maken van die dag. Achteraf gezien was dat een fout besluit, want in die 24 uur werd het virus door heel Nederland en Europa vervoerd, met alle gevolgen van dien voor de verspreiding. Na die 24 uur hadden we een “stand stil “ nu lock down genoemd. In die periode werd afgewacht en gekeken waar de dieren ziek werden. Als het virus ergens geconstateerd werd, werden omliggende bedrijven preventief geruimd. Dit gebeurde om de verspreiding in te dammen. Fase 1 heeft 2 a 3 maanden geduurd. In dat tijdbestek waren inmiddels honderdduizenden dieren vernietigd of preventief geruimd. Fase 2 was de stabilisatieperiode met het fokverbod. Dat hield in dat er geen nieuwe dieren geboren mochten worden die dan vervolgens ook weer ziek konden worden. Deze fase nam 4 maanden in beslag. Fase 3 was de registratie en controle periode. In die tijd werd op alle bedrijven bloed getapt om te zien of het virus verdwenen of latent aanwezig was. Het was sporadisch dat er nog uitbraken voor kwamen, of verdachte bedrijven gevonden werden. Fase 3 heeft zeker een maand of 3 geduurd. Inmiddels waren we dus 10 maanden verder en moest er weer gedacht worden aan het open stellen van de regio’s en het herbevolken van de getroffen bedrijven. Dit ging stapsgewijs en per regio. Voordat we weer in het hele land varkens mochten vervoeren waren we 15 maanden na de eerste uitbraak verder. Het exporteren van varkens naar het buitenland heeft daarna nog een jaar op zich laten wachten, omdat de buitenlandse overheden eisten dat we 1 jaar “varkenspest vrij “ moesten zijn.”

Trekken we deze ervaringen van Anton met de varkenspest door naar het Coronavirus, kun je stellen dat we nog steeds in Fase 1 zitten. Er zijn nog dagelijks nieuwe uitbraken, en er overlijden elke dag nog steeds mensen aan de gevolgen van de besmetting met het virus. En niemand kan met enige zekerheid voorspellen hoe lang zal het duren voordat Nederland virusvrij is. Anton; “Vanuit mijn ervaring met de varkenspest vrees ik dat het nog wel enige tijd duurt voordat een en ander weer is genormaliseerd. Het duurde destijds 1,5 jaar voordat Nederland virusvrij was en na 2,5 jaar kwam de export pas weer op gang.” Wat betekent dit alles voor de duivensport? En hoe groot zal de invloed zijn op het voortbestaan van de duivensport? Hoeveel leden gaat dit kosten? Allemaal vragen waar niemand het antwoord op heeft. Dat er nog meer mensen zullen stoppen met de duivensport, los van degenen die door het virus getroffen zijn, mag duidelijk zijn. Onder de twijfelaars die de afgelopen paar jaar al overwogen om te stoppen zullen er uiteraard een aantal zijn die de knoop nu doorhakken. Ik heb ze zelf echter nog niet gesproken. De beslissing of er dit seizoen wel of niet kan worden gevlogen zal absoluut op hun keuze van (grote) invloed zijn.

Deze crisis zet veel duivenliefhebbers die de duivensport nauw aan het hart gaat, aan het nadenken over ideeën om toch te kunnen spelen met duiven dit jaar. Gerrit Knol, de hoofdredacteur van het Spoor der Kampioenen, beschreef in nummer 12 hoe hij een en ander voor zich zag. Hij gaf onder andere aan dat naar zijn mening de spelregels voor het moment dat we weer met duiven zouden kunnen/mogen spelen, vanuit de duivensport zelf moeten komen. Ik vroeg Anton of hij de mening van Gerrit deelt. “Het is een goede zaak om te proberen om van seizoen 2020 nog iets te maken. De voorstellen die Gerrit doet zijn zeker uitvoerbaar en doordacht. Zo op het eerste gezicht zou je denken dat dit zeker zou moeten kunnen. Maar de ervaring met de varkenspest heeft mij geleerd dat er niet zo snel naar kleine partijen zal worden geluisterd. Als je ziet dat zelfs de Olympische spelen en alle grote sportevenementen afgelast zijn stemt mij dat zeker niet hoopvol. Ook de varkenssector had in 1998 allerlei plannen en protocollen bedacht en ontwikkeld vanuit de handel en transportlobby. Maar dat liep op een teleurstelling uit. Ondanks al onze “goede” bedoelingen nam het RIVM hier in zijn geheel afstand van en kwam met eigen maatregelen en uitvoering van de fase 3. Onze inbreng was niet relevant. Achteraf gezien was dat eigenlijk ook wel logisch. Het RIVM laat zich adviseren door virologen , economen, medische staf en psychologen. Op basis van deze adviezen komen zij met een totaal plan voor Nederland. (zij denken in het groot). Daarom denk ik dat zij de verschillende sporten die wij Nederlanders beoefenen dan ook niet per sportonderdeel zullen bekijken (met uitzondering van het betaald voetbal), maar zullen hoogstwaarschijnlijk gaan voor een totaal plan voor fase 3. Onze roep als duivensporters zal wel gehoord worden, maar of wij los van “de rest “ eigen bedachte protocollen uit zullen kunnen gaan voeren betwijfel ik ten zeerste.”

Terwijl ik het bovenstaande schreef, las ik dat in landen als China en Iran de duivensport inmiddels weer volop draait. Wel met heel veel voorzorgsmaatregelen, maar toch! Deze landen zijn immers zeer getroffen door de Coronacrisis. En in mei starten de vluchten in Denemarken en Duitsland weer. Dit soort berichten geven de liefhebbers in Nederland wel de hoop, dat wij in juni of juli misschien ook zullen volgen. Maar Anton gelooft daar niet zo in. “Ik geloof niet dat zolang de 1e fase nog voortwoekert er gelegenheid zal komen om onze sport op te pakken. Dat lijkt me ook niet verstandig. Pas als fase 2 gaat draaien, dus als we in beeld hebben wie resistent is en er zich geen nieuwe uitbraken meer voordoen, zal het mogelijk zijn om te kunnen inkorven met gepaste maatregelen. We gaan de komende periode Fase 2 in, de periode van stabilisering en registratie, terwijl fase 1 nog steeds loopt. Dat is eigenlijk dweilen met de kraan open. Op basis van mijn ervaring met de varkenspest heb ik niet de illusie dat er dit jaar nog gevlogen gaat worden. Laat ons hopen dat we in 2021 weer aan de bak kunnen. Maar misschien ben ik op dit moment wel iets te pessimistisch voor wat betreft vliegseizoen 2020 en is het misschien nog te vroeg om zo negatief te zijn. En het is natuurlijk ook zo dat landen als China en Iran wat gemakkelijker iets kunnen organiseren, omdat zij niet te maken hebben met overschrijdende landsgrenzen en buitenlandse bonden die kunnen mee of tegenwerken.”

Hoewel er in ieder geval tot 20 mei niet met duiven gevlogen mag worden, hebben de afdelingen 10 en 11 de werkgroep COVID afdeling 10&11 opgericht en een protocol opgesteld dat is afgestemd met de WOWD. Het protocol voorziet in een instructie voor alle voorkomende handelingen rondom het inkorven, vervoeren van de duiven en het verwerken van de vluchtgegevens. De NPO heeft de afdelingen benaderd met het voorstel om als de gelegenheid zich voordoet, aan de hand van dit procesprotocol in de vorm van een pilot, de duivensport in sector 4 weer op te starten. Op Facebook kwamen er vrijwel direct nadat dit voorstel bij de afdelingen lag, een aantal negatieve reacties. Ik begrijp zulke mensen niet, want het is in mijn ogen juist een zeer goede zaak, dat er mensen zijn die vooruit kijken en actie ondernemen, om het spelen met de duiven weer mogelijk te maken, zodra de regels versoepeld worden. Juist nu veel mensen al 6 weken min of meer opgesloten zitten, kan de duivensport weer wat ontspanning en levensvreugde geven. Anton deelt mijn mening; “Het gewone dagelijks leven zit nu voor een groot deel op slot. Hoe lang houden mensen dat vol? Onze regeringsleiders beseffen wel dat het onmenselijk is om mensen voor meerdere maanden thuis op te sluiten. Dat ziet overigens iedereen wel. Na een paar dagen thuisquarantaine vlogen veel mensen al tegen de muren op. Deze periode van (intelligente) lockdown geeft veel stress en dat niet alleen, maar het levert voor velen ook psychische problemen op. Op de langere duur zullen de effecten van deze lockdown negatief kunnen uitpakken op onze samenleving. De behoefte aan ontspanning wordt steeds groter en dat zou positief voor onze duivensport kunnen zijn. Daarom neig ook ik steeds meer naar het idee (omdat we in dit geval met mensen te maken hebben), dat het onder strikte voorwaarden en protocollen een goede zaak zou zijn om weer wat ontspanning te mogen ervaren. Totdat er een entstof voor Corona is ontwikkeld, getest en op grote schaal is toegediend voor mensen die negatief op resistentie zijn getest, zullen we mogelijk de duivensport in aangepaste vorm kunnen uitoefenen. Qua bestrijding van het virus is dit niet bevorderlijk, maar er zal op den duur toch gekozen moeten worden uit 2 kwaden. Maar vanaf wanneer daar mee begonnen kan worden? Het blijft nog een maandje afwachten, maar als het aantal doden en ziekenhuisopnames op dit niveau blijft heb ik er toch een hard hoofd in. Overigens zie ik in deze crisis ook een lichtpuntje voor onze duivensport. Omdat velen in deze periode aan huis gekluisterd te zijn is het een groot voordeel dat je een hobby op eigen erf hebt. Misschien dat dit een positieve invloed heeft op potentiële nieuwe en/of herstarters in onze prachtige sport.”

Tot zover Anton van Oort met zijn visie op de coronacrisis en de gevolgen hiervan voor de duivensport.


1 April 2020

Heim Meijerink - Vries / Duiven door de eeuwen heen.2

In de vorige column over dit onderwerp die ik vier jaar geleden schreef, gaf ik aan dat mijn interesse in de duif in breedste zin, in 1990 aanleiding was om een duivenboerderij op te gaan zetten en hier aan gekoppeld diverse activiteiten te ontplooien. Helaas is dat er nooit van gekomen. We zijn echter inmiddels 30 jaar verder en de meeste van de activiteiten die ik in mijn ondernemersplan beschreven had, zijn door anderen gerealiseerd zoals de Koeriersdiensten bijvoorbeeld en ook beginnen plannen voor een landelijk duivenmuseum vastere vorm te krijgen. De naam die ik aan mijn bedrijf wilde geven was Cher Ami, niet alleen vanwege de betekenis van deze naam, maar ook omdat dit de naam is van de meest beroemde oorlogsduif. Op mijn website heb ik er ooit een artikeltje over geschreven http://www.de-duivencoach.nl/cher-ami.html De man die in deze column centraal staat, heeft over het onderwerp postduiven en hun gebruik in diverse oorlogen, verschillende artikelen geschreven. Deze zijn zowel op zijn eigen website, als op de website van zijn vereniging te lezen en ook heeft hij gepubliceerd in het NP Orgaan en het Spoor der Kampioenen.

Heim is 76 jaar en heeft vorig jaar zijn duiven opgeruimd na ruim 50 jaar in de duivensport actief te zijn geweest. “Op mijn 9e zag ik bij kennissen postduiven in een hok en ontstond de interesse. Ik vond (en vind nog steeds) postduiven prachtige en intelligente dieren. Bovendien kun je er wedstijden mee doen. Dat vond ik helemaal fantastisch. Op mijn 12e ben ik daarom samen met mijn broer met postduiven begonnen. We woonden in de wijk Assendorp in Zwolle en daar waren toen veel duivenmelkers. Met van Ruud Hollander gekregen duiven, die destijds de weerman van de NPO was, behaalden we leuke successen. Rond ons 18e jaar zijn we gestopt en op mijn 30ste ben ik weer opnieuw begonnen en heb ze tot vorig jaar gehad. Mijn kwakkelende gezondheid was de belangrijkste reden om te stoppen en de hopeloze verliezen van jonge duiven speelde ook wel een rol.”

Zijn mooiste successen behaalde Heim in de zeventiger en tachtiger jaren met zijn schalies. Dit waren Janssenduiven afkomstig van Piet Meijwes uit Groningen die destijds als een bijhuis van de legendarische gebroeders Janssen werd beschouwd. Het begon met een laat jong van bakker De Vries uit Roden. Dit was een schalie doffertje wat gekweekt was uit een koppel dat De Vries had gekocht bij Piet Meijwes. “Met de nazaten van die doffer heb ik 20 jaar behoorlijk succesvol mee kunnen doen in de Groninger Concours Commissie. Goede oude tijden. Ik was bijvoorbeeld een keer eerste op een bijzondere vlucht (Beatrix-concours of zoiets, tegen meer dan 10.000 duiven) en zou een kleuren TV hebben gewonnen, maar uiteindelijk werd het na een reclame de tweede plek.”

Gaandeweg werd de prestatiedrang minder en is Heim zich meer in de geschiedenis van de postduif gaan verdiepen. Die interesse werd vooral aangewakkerd, toen zo’n 15 jaar geleden een vriend die een website over de 1e wereldoorlog had opgezet, vroeg of Heim meer wist over het gebruik van postduiven in de 1e wereldoorlog. Dat onderwerp sprak Heim wel aan. Hij wist wel dat postduiven actief werden gebruikt als boodschapper in de oorlog, maar verder wist hij er weinig van. Er ging als het ware een wereld voor hem open. “Ik heb me vanaf die tijd goed verdiept in de inzet van duiven in de wereldoorlogen (en de Frans-Duitse oorlog) en heb daarvoor een groot aantal bronnen geraadpleegd, ook Engels- en Franstalige. Aan oude Vlaamse boeken heb ik veel gehad (Silvain Wittouck). Ook stuitte ik bij toeval op het oudste boekje over postduiven in Nederland (J. Liese, Postduiven, uitgegeven in Veenendaal in 1872). Overigens heb ik met mijn artikelen geen wetenschappelijke pretenties. Het zijn gewoon journalistieke producten. In 2007 en 2008 verschenen 17 artikelen in het NPO-orgaan onder de titel “Duiven in oorlog en vrede”. In 2013 publiceerde Het Spoor 5 artikelen over het oriëntatie vermogen onder de titel “De duif wil naar huis”. Al dit materiaal is, soms iets anders geordend, te vinden op mijn website www.oorlogsduiven.nl.”

 

Een mobiel duivenhok van het Franse leger in de Eerste Wereldoorlog. Het hok volgde op gepaste afstand de gevechten. Duiven werden meegenomen naar het front en dan met een bericht losgelaten. De duiven waren getraind om zo’n verplaatst hok terug te vinden.

Heim schrijft dus niet alleen over duiven in oorlogstijd. Maar ook verschenen er van zijn hand artikelen over de historie van de moderne postduif en over het wonder van het oriëntatie vermogen. En ook de tekst van het boekje “Houden van Postduiven” dat in 1995 door de commissie Jeugd en Beginnerszaken van de NPO werd uitgegeven, is vrijwel geheel door Heim geschreven. Het origineel werd enkele jaren daarvoor oorspronkelijk uitgegeven ter gelegenheid van het 40 jarig jubileum van de duivenvereniging in Haren, die inmiddels niet meer bestaat. “Het desbetreffende boekje heb ik indertijd in Haren voor de schooljeugd gemaakt. Er is een alinea over “leenduiven” aan toegevoegd en een woordje vooraf. En ook zijn er andere foto’s aan toegevoegd. (De foto’s van mijzelf vond ik eigenlijk mooier). Later hebben ze wel hun excuses gemaakt voor deze wonderlijke manoeuvre. Er was mij namelijk niet gevraagd om de tekst te mogen gebruiken. Ik ben in die tijd (en veel later ook weer bij mijn kleinzoon) in de klas geweest met duiven. Dat was een groot succes, evenals de lossing van duiven op het schoolplein. Ik denk overigens niet dat dergelijke acties nieuwe duivenhouders zullen opleveren.”

Heim heeft niet alleen met zijn artikelen en het hierboven beschreven boekje een bijdrage geleverd aan PR voor de postduif. Ook heeft hij tientallen malen lezingen verzorgd, met name over oorlogsduiven. Tegen reiskostenvergoeding bezocht hij in de verre omtrek historische verenigingen, de maatschappij tot nut van het algemeen, vrouwen van nu, bibliotheken, enz. Maar bij postduivenverenigingen kwam hij echter niet. “Duivenmelkers vinden dit soort onderwerpen doorgaans minder interessant. Maar buitenstaanders vinden dit integendeel juist een erg interessant onderwerp, soms zelfs magisch. Mij gaat het vooral om de PR voor de postduif en de duivensport. En dat werkt. Ik ben met deze verhalen een aantal malen op verschillende radiozenders geweest. Dat leverde vele enthousiaste reacties op, ook wel van enkele duivenmelkers die inzagen dat dit zinvolle promotie is. Overigens ben ik pessimistisch over de toekomst van de postduivensport. Postduiven zijn net als sierduiven, rashonden, aquariumvissen, tropische vogels, insecten en veel andere dieren, niets voor de moderne jeugd. En zeker niet in verenigingsverband. Maar dat geldt ook voor dammen of bridgen. Daarom denk ik ook dat wervende activiteiten onder de jeugd zinloos zijn. Het NPO kan zich beter richten op het verstrekken en verspreiden van algemene informatie, over de postduif, de historie, de verschillende vormen van sportbeoefening, de éénhoksraces, de wetenschappelijke ontwikkelingen, etc. Er is namelijk zoveel gebrek aan simpele informatie over duiven in de huidige samenleving. Vervolgens zou men de werving dan veel meer kunnen richten op vijftigers en zestigers, die hebben tijd en geld. En natuurlijk op het behouden van de huidige liefhebbers!”

Vervoer van militaire duiven in 1e wereldoorlog

Op mijn vraag wat Heim nog op de plank heeft liggen aan artikelen, geeft hij aan dat het hem niet aan ideeën ontbreekt, maar wel aan de energie. “Ik heb al jaren niks meer gedaan aan mijn website, terwijl ik nog genoeg ideeën heb voor nieuwe artikelen. Het Spoor heeft daar ook wel belangstelling voor. Ik heb nog iets liggen over de Haagse lokduiven, over hoe de militairen indertijd de duiven precies trainden, over het te menselijk behandelen van deze dieren (duiven zijn geen mensen), over de Groningse duiventuin, over de verliezen van jonge duiven, over…….”

Tot zover Heim Meijerink en hopelijk worden zijn ideeën binnenkort omgezet in daden. Ik kijk er naar uit!


1 Maart 2020

Douwe de Jong – Twijzelerheide / De Verzamelaar.3

Vier jaar geleden schreef ik mijn vorige column over een verzamelaar. Dit was Jos van Camp uit België. Tot vorig jaar bezocht ik Jos één maal per jaar en altijd had hij weer een stapeltje boeken voor me klaar liggen. Jos hield de boekenlijst op mijn website bij en keek ook altijd in zijn speurtochten naar uitbreiding van zijn verzameling of er iets voor mij bij zat. Zodoende heeft Jos een groot aandeel gehad in de totstandkoming van mijn eigen boekenverzameling. Maar eind vorig jaar kreeg ik plotseling een mail van zijn vrouw dat Jos onverwachts was overleden tijdens een hartoperatie. Dat was wel even schrikken. Maar in een sport waarin de gemiddelde leeftijd steeds hoger wordt is de confrontatie met de dood van een sportvriend helaas geen zeldzaamheid meer.

De hoofdpersoon van deze column behoort met zijn 49 jaar in onze sport echter tot de jongere generatie. Het betreft Douwe de Jong uit het Friese Twijzelerheide die de duivensport met de paplepel heeft meegekregen van zijn vader Pieter, die al vele jaren een gevestigde naam in de Friese duivensportwereld is. Douwe is zijn hele leven bij de duivensport betrokken, ook gedurende de jaren dat hij zelf geen lid van een vereniging was. In de jaren 90 heeft hij samen met zijn vader in combinatie gevlogen en was hij ook nog enige tijd bestuurslid van de Gevleugelde Vrienden in zijn woonplaats. Zijn baan waardoor hij veel van huis is, laat helaas weinig ruimte voor het verzorgen en trainen van postduiven. Daarnaast danst zijn dochter in een wedstrijdteam en wanneer zij aan wedstrijden deelneemt is hij daar met zijn vrouw graag bij. Die danswedstrijden vinden plaats in het begin van het vliegseizoen. Overigens sluit Douwe niet uit dat hij te zijner tijd nog wel eens een klein hokje met duiven bij zichzelf zal neerzetten. Maar dan puur als hobby. 

Douwe geeft aan dat hij mooie herinneringen heeft aan de periode dat hij actief de duivensport beoefende, zoals het behalen van het 1e generale kampioenschap in het jaar dat de vereniging het 40 jarig jubileum vierde, of de vitesse- en natourvluchten waarop in enkele minuten soms grote aantallen duiven konden worden geklokt; “We hadden 2 klokken waarop handmatig moest worden geklokt (Benzings). En we hadden toen ieder onze hokken waar we de duiven pakten en klokten. Het was een geweldige ervaring wanneer de duiven dan snel achter elkaar vielen, evenals het na die tijd evalueren van het verloop van die vlucht.” Maar toch mist hij het sportelement niet, hoewel hij wel regelmatig bij zijn vader de duiven van de vlucht opwacht. Douwe geeft aan dat hij nog volop bij de duivensport betrokken is. Op internet bezoekt hij diverse duivensites waarbij hij veilingen en bonnenverkopen volgt en altijd op zoek is naar leuke items over de duivensport. Zijn grootste hobby is echter het verzamelen van allerlei zaken die aan de duivensport gerelateerd zijn.

Ik vroeg Douwe hoe hij hier zo toe gekomen is en wat hij zoal spaart. “Ik ben met verzamelen begonnen eind jaren 80. Daarna heeft het een tijd op een laag pitje gestaan en sinds een jaar of 15 ben ik weer fanatiek aan het verzamelen. Het grootste deel van mijn verzameling bestaat uit ringen en/of eigendomsbewijzen uit diverse landen. Verder heb ik nog diverse medailles, bekers, diploma’s, boeken, speldjes, vaantjes, ringenboekjes, boeken etc. Ook heb ik verschillende oude berichtkokers uit de oorlog en nestschotels uit het Wehrmachtshok dat in Groningen heeft gestaan. Bijzonder is een gouden speld van een liefhebber uit België die nationaal kampioen met de jonge duiven van de K.B.D.B. is geworden. Voor mij is het een sport om zoveel mogelijk verschillende ringen en eigendomsbewijzen te krijgen uit zoveel mogelijk landen. Daarnaast probeer ik ook bijzondere objecten in mijn verzameling te krijgen, zoals de berichtkokers en de nestschotels uit de tweede wereldoorlog. Die nestschalen heb ik gekregen van een inmiddels overleden liefhebber die ze destijds zelf uit het Wehrmachtshok heeft gehaald. Het is de kunst om oude ringen te vinden en dan met name ringen van voor 1950. Helaas wordt het steeds moeilijker om hier aan te komen. Verder vind ik de oude eigendomsbewijzen heel mooi. Vroeger had je heel veel bonden en had ieder bond zijn eigen bewijzen. Hier zou ik nog graag mijn verzameling mee uit willen breiden.”

Douwe geeft aan dat het verzamelen voor hem op de eerste plaats een hobby is en dat hoewel hij heel graag iets bijzonders aan zijn collectie toevoegt, hij daar geen grote bedragen voor neer zal tellen. “Er zijn soms wel mensen die (een deel van) hun verzameling te koop aanbieden. Je ziet dan wel dat er flinke bedragen worden gevraagd.   Maar voor mij is het echt een hobby en ik probeer het verzamelen zoveel mogelijk met een gesloten beurs te doen. Door te ruilen met andere verzamelaars blijven de kosten beperkt tot de verzendkosten. In ieder geval bestel ik elk jaar 80 gewone ringen voor de verzameling om met andere verzamelaars te kunnen ruilen. Ook bestel ik de laatste jaren een aantal gouden ringen.” Op mijn vraag of hij in zijn verzameling zeldzame c.q. kostbare items heeft, geeft Douwe aan; “Ik denk wel dat er zich tussen mijn verzameling ringen en/of eigendomsbewijzen exemplaren bevinden die een leuk bedrag waard zouden kunnen zijn. Het is natuurlijk maar net wat de liefhebber/verzamelaar er voor wil geven. Het is in ieder geval beslist niet zo dat je meteen miljonair bent als je de verzameling zou gaan verkopen. Het meest bijzondere object uit mijn verzameling is een eigendomsbewijs uit 1945. Dit is een eigendomsbewijs op naam en ondertekend door de voorzitter en de secretaris. Volgens mij ben ik de enige die zo’n eigendomsbewijs in z’n bezit heeft.”

Verzamelen lijkt op zich niet zo’n intensieve hobby. Toch zijn er verzamelaars die er een dagtaak van maken, zoals de eerdere genoemde Jos van Camp die hele dagen het internet afstruinde. Zo fanatiek is Douwe echter niet; Ik steek er dagelijks wel wat tijd in voor zover mijn werk dat toelaat, maar ik zit beslist niet urenlang achter de computer om iets te zoeken. Gedurende de winterperiode ben ik er ook actiever mee bezig dan in de zomerperiode. In het verleden toen de computer zijn intrede nog niet had gedaan zat ik soms wel urenlang de duivenbladen door te spitten en te zoeken naar oude liefhebbers en jubilerende verenigingen. Vervolgens probeerde ik dan telefonisch met “oud” leden in contact te komen om te vragen of ze nog oude spullen hadden liggen die ze beschikbaar wilden stellen voor mijn verzameling. Tegenwoordig lopen dit soort contacten voornamelijk via internet en facebook. Een voordeel van internet is dat je snel en gemakkelijk contacten kunt leggen over de hele wereld. Ik heb inmiddels een flink netwerk van verzamelaars over de hele wereld. Maar er zijn er ook in Fryslân een aantal fanatieke verzamelaars waar ik mee in contact sta en we proberen elkaar daar waar mogelijk te helpen.”

Sommige verzamelaars reizen stad en land af om hun verzameling uit te breiden. Ik vroeg Douwe of dit ook voor hem geldt. “Nee, maar wanneer ik op vakantie ben en ik zie ergens hokken staan, ga ik ook meestal wel even langs om te kijken en te informeren of ze nog oude liefhebbers kennen om daar dan vervolgens langs te gaan. Maar het meeste materiaal vanuit het buitenland komt met de post. Zo heb ik met iemand uit Engeland al jaren contact en ruilen we elk jaar diverse ringen. Ook sturen we elkaar met de feestdagen een kaart. Het verzamelen schept toch een band zonder elkaar ooit te hebben gezien.”

Tot slot vroeg ik of Douwe wel eens iets bijzonders had meegemaakt dat in verband staat met het verzamelen. “Een speciale herinnering bewaar ik aan mijn medewerking aan het tv programma “Van Duiven Houden”. Dit programma werd in 2010 uitgezonden door omroep MAX. Hier was een prijsvraag aan verbonden. Bij deze prijsvraag kwam er een duif op de klep vallen met een berichtkoker uit mijn verzameling. Hierin zat dan een briefje met de prijsvraag.” http://www.duivensportverzameling.nl/


1 februari 2020

Rieks Lonsain – Nieuwleusen / Toekomst van de duivensport.9

Het onderwerp “toekomst van de duivensport” is blijkbaar een goed onderwerp om lezers te trekken van mijn columns. Tot nog toe kreeg ik op geen enkele column zoveel reacties als op de vorige column die ik over dit onderwerp schreef. Het houdt de gemoederen bezig en vooralsnog is de commotie rondom het NPO bestuur ook nog niet ten einde. Toch merk ik er weinig van tijdens de vele hokbezoeken en tafelkeuringen van de afgelopen maanden. De grote meerderheid van de duivenliefhebbers die ik de afgelopen tijd sprak weten nauwelijks wat er allemaal speelt op bestuurlijk niveau en het interesseert hen ook niet. “Op het eigen hok met de duiven bezig zijn en tijdens het seizoen naast het spel met de duiven wekelijks met de duivenvrienden onder het genot van een pilsje wat over de duiven kletsen. Met de rest er omheen houd ik me niet bezig.” Dat is wat ik terugkrijg van de gemiddelde veelal oudere liefhebber (70+) als ik hen vraag wat zij van de huidige ontwikkelingen binnen de duivensport vinden.

Het zijn echter niet alleen de oudere liefhebbers die er zo in staan. Ook onder de jongeren spreek ik liefhebbers die zich alleen (nog) maar richten op hun eigen duiven. Zo ook de 41 jarige Rieks Lonsain die inmiddels ruim 25 jaar in de duivensport zit en er vanuit gaat dat er geen toekomst voor de duivensport is. “De toekomst van de duivensport is een sombere zaak. Nog een x-aantal jaar en het is gebeurd met de duivensport. Het merendeel van de liefhebbers die nu 70/80 jaar zijn zullen over 10 jaar niet meer actief in de duivensport zijn, of zelfs niet meer in leven. We kunnen er omheen kijken maar dat zijn nu eenmaal de feiten. Jeugd komt er niet meer bij op enkele grotere clubs na, waar ook jeugdleden zijn. Wanneer ik nog 15 jaar zou zijn en ik kwam in een club waar ik dan de enigste zou zijn onder de 65 jaar, dan was ik ook weer snel vertrokken. Je houd het niet tegen helaas. Ook vogel- en kleindierenverenigingen kampen met hetzelfde probleem.”

Het is een somber toekomstbeeld dat Rieks schetst. Toch is het niet ver van de waarheid als er niet snel iets verandert. Nu is Rieks zelf geboren en getogen in Staphorst, een plaats waar de duivensport nog springlevend is. PV de Streekvliegers heeft zo’n 70 leden waarvan ruim de helft jonger is dan 50 jaar. Deze club heeft zelfs 15 jeugdleden! Waar in Nederland zie je dat nog? “Ik ben destijds in Staphorst op mijn 14e begonnen met postduiven. Eerst hielp ik mijn buurman Harm Mulder en na enige tijd ben ik voor mezelf begonnen. Ook in die jaren waren er in Staphorst tussen de 8 tot 15 jeugdleden en dat is al zo vanaf hun oprichting in 1982. Het is daar voor de jeugd ook aantrekkelijk door de onderlinge competitie en zij zullen daar dus ook eerder lid blijven, dan in een club waar nauwelijks jeugdleden zijn en er voor de jeugd niets wordt gedaan. Sinds 2010 ben ik lid van PV Nieuwleusen. Daar is het wel een iets ander verhaal, dat meer lijkt op het landelijk plaatje. Ik ben daar het op één na jongste lid.”

Op de vraag wat Rieks zelf het meeste aantrekt in de duivensport geeft hij aan dat dit de omgang met – en de verzorging van de duiven is en natuurlijk de kick van het thuiskrijgen van een vroege duif van een marathonvlucht. Dit laatste genoegen heeft Rieks al een aantal keren mogen smaken. Zo won hij op zijn oude adres in Staphorst de 1e NPO Perigueux, de 14e en 19e Nat Pau en had hij de 12e Nat Asduif van Barcelona (2007-2009). En op zijn huidige adres was zijn Superman in 2017 de 1e Asduif van Sector 4 met 5x prijs op 5 inkorvingen op afstanden tussen de 827 en 1004 km. Hoewel Rieks af en toe zeer fanatiek kan zijn heeft hij de keuze gemaakt om slechts enkele marathonvluchten te spelen. Voor een kampioenschap spelen is niet goed voor zijn gezondheid heeft Rieks gemerkt en dat ging ten koste van zijn plezier aan de duivensport. “Als je er geen plezier meer uit kan halen en bijvoorbeeld je gezondheid eronder te lijden heeft, dan moet je je afvragen of je niet beter een andere hobby kan zoeken. Voor mijzelf betekent dit dat ik nog maar een paar marathonvluchten per jaar uitzoek om op te spelen. De andere vluchten waarop ik inkorf zijn om de duiven op te leren. Die hoeven van mij niet in concours of over de antenne. Duiven zullen er voor mij altijd wel blijven omdat het nu eenmaal bij een duivenmelker in het bloed zit. Maar ik kan ook prima duiven houden zonder aan wedstrijden deel te nemen. Ik heb ook Iraanse hoogvliegers en daar haal(de) ik soms nog meer plezier uit dan uit de postduiven. Dus voor mij geldt dat ik de duivensport voornamelijk op mijn eigen erf beoefen. Daarmee behoed ik mezelf ook voor veel ergernis. Om diezelfde reden wil ik ook niet meer bestuurlijk actief zijn. Ik heb een paar jaar in een commissie gezeten van de destijds nieuw opgerichte fondclub Fiante. En ook bij het ZLU inkorfcentrum wat destijds in Dedemsvaart was. Maar voor mij is een bestuursfunctie of een commissie niet weggelegd.”

Rieks mag graag experimenteren. Zo heeft hij kruisingen gedaan tussen Ierse Tipplers en Postduiven en enkele nazaten van deze kruisingen speelden ook prijs op de marathons. Daarnaast is Rieks één van de liefhebbers die testen uitvoert met GPS ringen. Hij was één van de eerste die de resultaten van zijn experimenten met GPS ringen op Facebook zette. Hij bevestigde met zijn testen onder andere wat velen onder wie ikzelf al veronderstelden, namelijk dat jonge duiven zichzelf africhten en dat het africhten op afstanden korter dan 25 km van huis beslist niet nodig is wanneer de jongen goed trekken. Ook lieten zijn experimenten zien dat heuvels en bergen onderweg van grote invloed zijn op de route, bijvoorbeeld bij vluchten vanuit de Ardennen. Het spreekt dan ook vanzelf dat Rieks geen tegenstander is van de plannen om meer gebruik te maken van de mogelijkheden die GPS en automatisering bieden. Echter voor een liefhebber als Rieks die maar een paar keer per jaar zijn duiven voor prijs speelt, wegen de kosten waarschijnlijk niet op tegen de baten. Dus hij ziet het vooralsnog niet zitten om een nieuw systeem aan te schaffen en een abonnement te nemen.

Veel van de weerstand tegen de plannen van het huidige NPO bestuur komt van liefhebbers die (waarschijnlijk terecht) bang zijn dat hun club zal moeten worden opgeheven bij gebrek aan genoeg inkorvende leden. Het voorstel van de NPO om het aantal inkorvende leden van een wedvlucht op te hogen van minimaal 5 naar minimaal 8 en het aantal leden van minimaal 12 naar minimaal 15, dat in maart vorig jaar op de agenda van de ledenraad stond, heeft voor veel onrust bij vooral de kleinere hobby-liefhebber gezorgd. Piet Broersma die in de vorige column over dit onderwerp aan het woord was, vertelde mij dat hij vanuit zijn ervaring in het onderwijs (krimp en sluiting van scholen is in het primair onderwijs ook al jaren aan de gang) niet zo veel verwacht van fusies. Vooral niet als deze fusies gedwongen plaatsvinden. Volgens Piet moeten de leden zelf kiezen of ze hun club in stand willen houden. Bij gedwongen opheffing of fusie zullen er volgens Piet meer leden afvallen dan wanneer je hen zelf laat beslissen. Piet is een groot voorstander van het zolang mogelijk behouden van elke duivenliefhebber en is dan ook fel gekant tegen genoemd voorstel van de NPO. Ik vroeg Rieks naar zijn mening en zoals ik wel verwacht had, heeft Rieks hier een heel stevige mening over, die niet dezelfde is als die van Piet. “Als de clubs te klein worden is het simpel dat ze niet meer kunnen bestaan, hoe erg dat voor die liefhebbers ook is. Het is toch logisch dat als je fraude zoveel mogelijk uit wil sluiten, je niet een club kan laten inkorven met een paar liefhebbers en dat de duiven vervolgens achter in een kofferbak door dezelfde liefhebber(s) aangevoerd moeten worden bij een andere grotere club. Ik weet dat dit op veel plaatsen wordt gedaan en vind dat dit per direct zou moeten worden verboden. Uiteraard is dat jammer voor de betreffende club, maar het is helaas niet anders. Mijn idee is dat je per regio gewoon één groot inkorfcentrum moet inrichten en dan ben je van veel problemen af. Minder vervoerskosten, minder fraude en meer mensen die om beurten taken kunnen doen in plaats van in de zomermaanden elke week 2 tot 4 avonden in het clubgebouw te moeten zijn.”

Wat Piet en Rieks wel gemeen hebben is dat ze beiden geen voorstander zijn van GPS2021. Rieks; “GPS2021 is één groot geldverslindend project wat mij betreft. Naar mijn mening moet je als bond gewoon de liefhebbers die er nog zijn nu zo goed mogelijk tevreden stellen. De rest is bijzaak want over een x-aantal jaar zijn ze weg en is de duivensport meer dan gehalveerd of zelfs nog meer.” Ook ziet Rieks geen heil in de voorstellen voor eerlijk(er) spel, bijvoorbeeld door middel van divisies of in een afzonderlijke amateur en sportklasse. “Divisiespel vind ik een beetje onzin. In grotere verenigingen zoals in Staphorst kan het wel werken. Je zou ook wel een competitie kunnen maken van werkend en niet werkend. Ook de liefhebbers die zelf werken maar een hokverzorger in dienst hebben vallen dan onder de categorie ‘niet werkende’. Maar hoe je het ook wendt of keert, er blijven winnaars en verliezers, want succes hangt voor een groot deel vooral af van de inzet die je pleegt. De meeste liefhebbers zijn thuis overdag en hebben veel tijd om de duiven te verzorgen. De één daarvan vliegt hard en een ander komt nog niet in zijn schaduw.”

Tot zover Rieks Lonsain over de toekomst van de duivensport, die er zoals hij hiervoor al heeft aangegeven volgens hem niet is. De tijd zal het leren.


1 Januari 2020

Duivensport en Therapie / Frank Poll – Noordhorn

De meeste duivenliefhebbers zullen op zijn minst hun wenkbrauwen fronsen bij deze titel. Maar dat duiven een goede invloed kunnen hebben op je gemoedstoestand zullen vele duivenliefhebbers wel kunnen beamen. Onderstaand voorval en een ontmoeting met de beginnende liefhebber Frank Poll was de aanleiding voor het schrijven van deze column.

Een ex-collega die een periode thuis heeft gelopen met een burn-out, kwam een keer op bezoek. We gingen bij het duivenhok zitten waar ik destijds een grote ren voor had. De duiven die niet op nest zaten liepen in de ren en ik had er juist een bad in gezet. Samen zaten we naar de duiven te kijken die eerst in bad gingen en later op hun zij in het hok gingen liggen. Op een gegeven moment werd er gebeld en ging ik naar binnen. Het gesprek duurde echter wel ruim een half uur en al die tijd had mijn collega in de tuinstoel voor de ren naar de duiven zitten kijken. Toen ik weer bij mijn collega terug kwam en me excuseerde voor het lange wegblijven, gaf hij aan dat hij dit half uurtje in zijn eentje voor het duivenhok niet graag had willen missen. Het koeren en gespetter van de duiven, een koppeltje dat aan het paren was en door jaloerse hokgenoten verstoord werd, een doffer die op het nest in het hok aan het roepen was naar zijn duivin, enz. Dit alles op zijn gemak te aanschouwen had hem heel goed gedaan zei hij. Er was een soort van innerlijke rust over hem heen gekomen die hij al heel lang niet meer had ervaren. Het maakte als het ware zijn hoofd leeg. Toen ik dat voorval met een vriend besprak gaf hij een verklaring die mij zeer logisch in de oren klonk. Zo zei hij; “Postduiven staan door hun feilloos richtingsgevoel symbool voor thuiskomen. Je moet het thuiskomen dan wel breder trekken dan alleen het huis waar je woont, maar het zien als thuiskomen in jezelf. Het maakt niet uit waar je fysiek bent. Als je thuis kan komen in jezelf, worden de gedachten die onrust veroorzaken geordend en kom je tot rust. Het is dus niet zo vreemd dat postduiven een therapeutische werking op iemand kunnen hebben die de rust in zichzelf kwijt is.” Het lijkt misschien wel wat ver gezocht, maar ik kan me in deze verklaring toch goed vinden.

Iemand die de therapeutische waarde van het houden van postduiven ook heeft ontdekt is de 41 jarige Frank Poll die het afgelopen jaar om die reden met de postduivensport is begonnen. Frank begeleidt mensen met een psychiatrische stoornis of psychosociale problematiek, die hen beperkt bij het wonen, werken en meedoen in de samenleving. Hij is eigenaar van de zorginstelling Wilskracht Noordhorn. Onder die naam worden verschillende activiteiten verricht en wordt ook woonbegeleiding geboden. Postduiven blijken hier prima bij te passen. Frank; “Dit is mijn 1e jaar met postduiven. Ik heb nooit eerder postduiven gehad. In het begeleiden van mensen zoek ik naar activiteiten waar een vast aantal zaken in terug moeten komen. 1. Er moet structuur in aan te brengen zijn. 2. Het moet een sociale activiteit zijn of er moet zorg voor iemand in terug komen. 3. Een wedstrijdelement om te kunnen meten of we ons zelf kunnen verbeteren in wat we doen. Tijdens een gesprek met postduivenliefhebber Johan Moes ontstond bij mij het idee of we niet een paar duiven konden krijgen, om deze dagelijks te verzorgen en deel te laten nemen aan wedstrijden. En een dag later stond er een oude duivenmelker op de stoep met 4 jonge duiven, maar er was nog geen hok. Dit hebben we vervolgens in een oude garage gemaakt. Het raam eruit, een spoetnik ervoor en vliegen maar.”

Frank verzorgt de duiven zelf samen met twee van zijn cliënten, de 53 jarige Johannes en de 35 jarige Marko. Hij vliegt nu nog onder zijn eigen naam maar hij sluit niet uit dat ze in de toekomst onder de naam Combinatie Wilskracht gaan vliegen. Dat zou een leuke manier zijn om het teamgevoel te versterken. Ik vroeg Frank of de postduivenhobby c.q. sport voldoet aan de doelen die hij hiermee voor ogen had. “Ja. Absoluut. We wisten helemaal niets van duiven en hadden geen idee waar we aan begonnen. Maar de doelen die we gesteld hadden zijn meer dan gehaald, omdat we 7 dagen (structuur) in de week zorg (het verzorgingselement) hebben voor de duiven. Ook is het wedstrijdelement naar voren gekomen, omdat we punten behaalden en we ons steeds meer wilden verbeteren om hoger in de uitslagen te komen. Met als beste klassering een top 10 plaats op de vlucht vanuit Maaseik, voor ons 280 kilometer. We zijn begonnen met 31 jonge duiven. Hiervan zijn we er 3 verloren en op 6 duiven na hebben ze allemaal prijs gevlogen. Hier zijn we zeer tevreden over.”

Wanneer je helemaal blanco in de duivensport stapt, heb je wel wat hulp nodig. En hulp krijgt Frank gelukkig genoeg. Plaatselijke liefhebbers als Johan Moes, Jacob Moes, Klaas Hansma, Piet Fokkinga en Herman Kalf zorgden voor duiven en gaven advies voor wat betreft de verzorging. Genoemde liefhebbers komen regelmatig even langs om de gezondheid en conditie van de duiven te controleren. Ook fungeren ze als vraagbaak. Frank haalt daarnaast ook veel informatie van internet en dan is het fijn als je datgene wat je leest kan voorleggen aan mannen met veel ervaring. Anders zie je als beginner al snel door de bomen het bos niet meer.

De postduiven hebben bij Frank dus vooral een therapeutische functie waarbij het bieden van structuur een belangrijk onderdeel is. Ik vroeg Frank hoe dat er in de praktijk uitziet. “Om 08.00 uur ’s morgens begint de dag met het loslaten van de duiven. Zelf maak ik het hok schoon terwijl Johannes en Marko de voerbakken schoonmaken en het water verversen. Na een uur roepen we de duiven binnen en worden ze gevoerd. Om 16.00 uur laten we de duiven voor de tweede maal vliegen en roepen ze dan na 30 tot 45 minuten weer binnen. Op de maandagen wordt het hok geschrobd met chloor en gaan stofzuiger en brander er doorheen. Ook hebben we veel werk gemaakt van het opleren van de jonge duiven. We zijn de jonge duiven af gaan richten ruim op tijd voordat de vluchten begonnen. De duiven zijn eerst 8 x uit alle windrichtingen tot 20 km weggebracht rondom Noordhorn en daarna nog 4 x in de vliegrichting (zuid) tot 60km. In het begin moest ik de cliënten nog wel eens aansporen om bijvoorbeeld de verduistering aan te brengen of op te heffen, maar gaandeweg werden ze steeds fanatieker.”

Succes behalen staat voor Frank dus niet voorop, alhoewel het wedstrijdelement wel een belangrijke functie heeft. “Op de uitslag vliegen was voor de eerste vluchten geen doel. Ons eerste doel was om de duiven zo te trainen en verzorgen dat er geen of nauwelijks verliezen waren. Van de 31 jonge duiven waar we mee gestart zijn, zijn we slechts 3 jongen verspeeld. Als ik dat percentage vergelijk met veel andere liefhebbers die al jaren met de duivensport bezig zijn, kan ik wel stellen dat dit doel is behaald. Nadat we de eerste 3 vluchten steeds bij de eerste 30 waren geëindigd, stelden we ons tweede doel en dat was proberen om bij de top 20 te komen. Hiertoe moesten we in ieder geval iets doen aan het beter binnenkomen. Dit lukte door ze een paar keer krapper te voeren. En toen de motivatie toenam doordat ze op eieren kwamen werd zelfs een 10e plaats bereikt. Zoals gezegd zijn we met 31 jonge duiven gestart waarvan we er 11 gekregen hebben van de eerdergenoemde liefhebbers en Mustar Effendi uit Assen. De andere 20 jongen hebben we op Duivenmarktplaats gekocht van o.a. Bert Flik, Kropswolde en v.d. Meer uit Damwoude.

Tot slot nog enkele vragen.

Vind je de duivensportwereld toegankelijk voor mensen als jij die van helemaal niets weten?

Nee, het is een erg gesloten wereld. De meeste mensen zijn niet erg open in het delen van kennis, ervaringen en vaardigheden. Je zou toch anders verwachten omdat veel liefhebbers al redelijk op leeftijd zijn. Toch is de wil om te winnen en of de beste te zijn enorm.

Was het gemakkelijk om de duiven gezond te houden of heb je al met de nodige ziektes te maken gehad?

Gelukkig slaagden we er redelijk in om de duiven gezond houden. Ze hebben wel eventjes last van ornithose gehad. 

 

Wat zijn de plannen en doelen voor 2020?

We gaan starten met 14 koppels, deze zijn op 2e Kerstdag gekoppeld. Zes koppels zijn de eerste ronde apart gezet, omdat we graag de beste vliegers gekoppeld wilden hebben. De 2e ronde worden ze teruggezet op het nieuwe vlieghok om te wennen aan hun broedhok. Ook gaan we behalve dat we het voer van het merk Matador zijn gaan gebruiken, gebruik maken van hun voerschema's.

We willen dit jaar met de jonge duiven weer vliegen vanuit de garage. Dit omdat we in onze beleving goed gevlogen hebben. Wel hebben we wat kleine aanpassingen gedaan en hopen dat hierdoor de prestaties nog beter kunnen worden. Aanvoer van verse lucht middels 3 ventilatie ingangen en op het dak mechanische afvoer. Inmiddels hebben we een nieuw vlieghok voor de vliegploeg van 2020. Het hok is op een schuur gebouwd, met de voorkant op het zuid-oosten.

Tot zover Frank Poll over het houden van postduiven met een therapeutisch doel.

 

de-duivencoach.nl (K.v.K 01166256)  |  info@de-duivencoach.nl